Gratis oefeningen, 4de tot 6de leerjaar

Gelijkwaardige breuken: oefeningen

Twee breuken zijn gelijkwaardig als ze dezelfde hoeveelheid voorstellen, ook al zien ze er anders uit. 2/3 = 8/12: vier keer zoveel stukken, maar elk stuk is vier keer kleiner.

Je maakt een gelijkwaardige breuk door teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen of door hetzelfde getal te delen. Optellen of aftrekken werkt niet.

Basis

De teller ontbreekt en de noemer wordt 2 tot 5 keer groter.

Gemiddeld

Soms ontbreekt de noemer, en soms wordt de breuk kleiner in plaats van groter.

Moeilijk

Factoren tot 12 en breuken met twee cijfers.

Oefeningen

Vul het getal in dat op de plaats van het vraagteken hoort.

Basis

De teller ontbreekt en de noemer wordt 2 tot 5 keer groter.

0 van 8 juist
  1. 1.Oefening 1: 3/5 = ?/10
  2. 2.Oefening 2: 1/3 = ?/15
  3. 3.Oefening 3: 1/2 = ?/4
  4. 4.Oefening 4: 1/5 = ?/10
  5. 5.Oefening 5: 1/4 = ?/8
  6. 6.Oefening 6: 2/5 = ?/20
  7. 7.Oefening 7: 1/6 = ?/24
  8. 8.Oefening 8: 1/2 = ?/10

Veelgestelde vragen

Wat betekent het gelijkheidsteken tussen twee breuken?

Dat ze precies even veel zijn. 1/2 = 2/4 = 3/6 zijn drie schrijfwijzen van dezelfde hoeveelheid. Het teken zegt niets over hoe de breuken eruitzien, alleen over hun waarde.

Mag ik bij teller en noemer hetzelfde getal optellen?

Nee. 1/2 en 2/3 zijn niet gelijk, ook al is er bij allebei 1 bijgekomen. Alleen vermenigvuldigen of delen met hetzelfde getal houdt de waarde gelijk.

Hoe vind ik het ontbrekende getal snel?

Kijk naar het paar dat je wél kent en vraag je af: maal hoeveel, of gedeeld door hoeveel? Bij 2/3 = ?/12 is 3 naar 12 maal 4, dus doe je ook 2 × 4 = 8.

Meer oefeningen met breuken

Blijft het moeilijk?

Oefenen helpt, maar soms zit er één ontbrekende schakel in de weg die je zelf niet ziet. Een bijlesdocent wiskunde vindt die in één les.