Gratis oefeningen, 5de en 6de leerjaar, 1ste graad secundair
Breuken en kommagetallen: oefeningen
Een breuk is een deling: 3/4 betekent 3 gedeeld door 4, en dat is 0,75. Sneller gaat het als je de noemer 10, 100 of 1000 maakt, want dan lees je het kommagetal meteen af.
Andersom lees je het kommagetal als tienden, honderdsten of duizendsten: 0,35 is 35 honderdsten, dus 35/100, vereenvoudigd 7/20.
Basis
Breuk naar kommagetal met noemers 2, 4, 5 en 10.
Gemiddeld
Kommagetal naar breuk, vereenvoudigd.
Moeilijk
Achtsten en zestienden, drie cijfers na de komma, in beide richtingen.
Oefeningen
Een kommagetal typ je met een komma of een punt (0,75 of 0.75). Een breuk als teller en noemer.
Basis
Breuk naar kommagetal met noemers 2, 4, 5 en 10.
Gemiddeld
Kommagetal naar breuk, vereenvoudigd.
Moeilijk
Achtsten en zestienden, drie cijfers na de komma, in beide richtingen.
Veelgestelde vragen
Hoe zet ik een breuk om naar een kommagetal?
Deel de teller door de noemer, of maak de noemer eerst 10, 100 of 1000. 3/4 wordt 75/100 = 0,75. Bij 3/8 wordt het 375/1000 = 0,375.
Hoe zet ik een kommagetal om naar een breuk?
Tel de cijfers na de komma: één cijfer is tienden, twee is honderdsten, drie is duizendsten. 0,375 is 375/1000. Vereenvoudig daarna: delen door 125 geeft 3/8.
Waarom staan 1/3 en 2/3 niet in deze oefeningen?
Omdat hun kommagetal nooit stopt: 1/3 = 0,3333... Dat noemen we een repeterende breuk, en die vraagt een aparte les. Alle breuken hier geven een kommagetal dat na hoogstens vier cijfers stopt.
Meer oefeningen met breuken
Blijft het moeilijk?
Oefenen helpt, maar soms zit er één ontbrekende schakel in de weg die je zelf niet ziet. Een bijlesdocent wiskunde vindt die in één les.