Gratis oefeningen, 6de leerjaar en 1ste graad secundair
Breuken en procenten: oefeningen
Procent betekent per honderd. Een breuk omzetten naar een percentage is dus de noemer 100 maken: 3/4 = 75/100 = 75%. Andersom schrijf je het percentage als honderdsten en vereenvoudig je: 35% = 35/100 = 7/20.
Past de noemer niet in 100, zoals bij achtsten, dan ga je via het kommagetal: 3/8 = 0,375 = 37,5%.
Basis
Breuk naar procent met noemers die in 100 passen: 2, 4, 5, 10, 20, 25 en 50.
Gemiddeld
Procent naar breuk, vereenvoudigd.
Moeilijk
Achtsten, zestienden en veertigsten, waar je via het kommagetal gaat.
Oefeningen
Een percentage typ je als getal, met een komma als het moet (37,5). Een breuk als teller en noemer.
Basis
Breuk naar procent met noemers die in 100 passen: 2, 4, 5, 10, 20, 25 en 50.
Gemiddeld
Procent naar breuk, vereenvoudigd.
Moeilijk
Achtsten, zestienden en veertigsten, waar je via het kommagetal gaat.
Veelgestelde vragen
Hoe zet ik een breuk om naar een percentage?
Maak de noemer 100 en lees de teller af als percentage. Van 4 naar 100 is maal 25, dus 3/4 = 75/100 = 75%. Lukt dat niet, deel dan teller door noemer en vermenigvuldig met 100.
Welke breuken en procenten moet ik uit het hoofd kennen?
1/2 = 50%, 1/4 = 25%, 3/4 = 75%, 1/5 = 20%, 1/10 = 10%, 1/8 = 12,5% en 1/3 is ongeveer 33,3%. Met die zeven leid je bijna alle andere af: 3/8 is drie keer 12,5%.
Waarom is 3/8 geen 38% of 30%?
Omdat 8 niet in 100 past, kun je de teller niet zomaar aflezen. 3/8 is 3 : 8 = 0,375, en dat is 37,5%. Een breuk zegt hoeveel van de noemer, niet hoeveel van 100.
Meer oefeningen met breuken
Blijft het moeilijk?
Oefenen helpt, maar soms zit er één ontbrekende schakel in de weg die je zelf niet ziet. Een bijlesdocent wiskunde vindt die in één les.