Gratis oefeningen, 4de tot 6de leerjaar
Een breuk van een getal nemen: oefeningen
Een breuk van een getal nemen doe je in twee stappen: deel het getal door de noemer, en vermenigvuldig het resultaat met de teller. 3/4 van 20: 20 : 4 = 5, en 5 × 3 = 15.
Is de teller 1, dan is het maar één stap: 1/4 van 20 is 20 : 4 = 5.
Basis
Een stambreuk zoals 1/4 of 1/6 van een getal: één deling.
Gemiddeld
Een teller groter dan 1: delen, dan vermenigvuldigen.
Moeilijk
Grotere getallen, en de omgekeerde vraag: 3/5 van een getal is 24, welk getal is dat?
Oefeningen
Vul een geheel getal in. Alle opgaven komen netjes uit.
Basis
Een stambreuk zoals 1/4 of 1/6 van een getal: één deling.
Gemiddeld
Een teller groter dan 1: delen, dan vermenigvuldigen.
Moeilijk
Grotere getallen, en de omgekeerde vraag: 3/5 van een getal is 24, welk getal is dat?
Veelgestelde vragen
Deel ik eerst of vermenigvuldig ik eerst?
Delen eerst houdt de getallen klein: 20 : 4 = 5, dan 5 × 3 = 15. Vermenigvuldigen eerst geeft hetzelfde: 20 × 3 = 60, dan 60 : 4 = 15. Als het getal niet deelbaar is door de noemer, is de tweede volgorde soms makkelijker.
Hoe vind ik het getal als ik alleen een deel ken?
Andersom rekenen. Is 3/5 van een getal 24, dan is één vijfde 24 : 3 = 8, en het hele getal 8 × 5 = 40. Controleer altijd: 3/5 van 40 is 24.
Is een breuk van een getal nemen hetzelfde als vermenigvuldigen?
Ja. 3/4 van 20 is precies 3/4 × 20 = 60/4 = 15. Het woord van betekent bij breuken altijd maal, ook bij procenten: 25% van 80 is 1/4 × 80.
Meer oefeningen met breuken
Blijft het moeilijk?
Oefenen helpt, maar soms zit er één ontbrekende schakel in de weg die je zelf niet ziet. Een bijlesdocent wiskunde vindt die in één les.