Gratis oefeningen, 6de leerjaar en 1ste graad secundair

Breuken vermenigvuldigen: oefeningen

Breuken vermenigvuldigen is de makkelijkste bewerking met breuken: teller maal teller, noemer maal noemer. Gelijknamig maken hoeft niet.

Het enige werk zit in het vereenvoudigen achteraf. Wie kruislings vereenvoudigt vóór het vermenigvuldigen, houdt de getallen klein.

Basis

Kleine breuken en een breuk maal een geheel getal. Het product is meestal al vereenvoudigd.

Gemiddeld

Producten die je achteraf nog moet vereenvoudigen.

Moeilijk

Grotere getallen waar kruislings vereenvoudigen loont, en een gemengd getal dat je eerst omzet.

Oefeningen

Vul teller en noemer in. Vereenvoudigen mag, maar hoeft niet om juist te zijn.

Basis

Kleine breuken en een breuk maal een geheel getal. Het product is meestal al vereenvoudigd.

0 van 8 juist
  1. 1.Oefening 1: 3 × 7/9 =
  2. 2.Oefening 2: 3/4 × 1/3 =
  3. 3.Oefening 3: 1/2 × 1/2 =
  4. 4.Oefening 4: 1/5 × 1/2 =
  5. 5.Oefening 5: 2/5 × 2/3 =
  6. 6.Oefening 6: 3 × 1/4 =
  7. 7.Oefening 7: 1/2 × 1/3 =
  8. 8.Oefening 8: 3 × 3/4 =

Veelgestelde vragen

Moet ik breuken gelijknamig maken om ze te vermenigvuldigen?

Nee. Dat is alleen nodig bij optellen en aftrekken. Bij vermenigvuldigen doe je teller maal teller en noemer maal noemer, ongeacht de noemers.

Wat is kruislings vereenvoudigen?

Voor je vermenigvuldigt, deel je een teller en de noemer van de andere breuk door hun gemeenschappelijke deler. Bij 3/8 × 4/9 deel je 3 en 9 door 3, en 4 en 8 door 4. Je houdt 1/2 × 1/3 over en hoeft achteraf niets meer te vereenvoudigen.

Hoe vermenigvuldig ik een breuk met een geheel getal?

Schrijf het gehele getal als breuk met noemer 1. 3 × 2/5 wordt 3/1 × 2/5 = 6/5. Of korter: vermenigvuldig alleen de teller met het gehele getal.

Meer oefeningen met breuken

Blijft het moeilijk?

Oefenen helpt, maar soms zit er één ontbrekende schakel in de weg die je zelf niet ziet. Een bijlesdocent wiskunde vindt die in één les.