Van alle dingen die op een studeerbureau liggen, is een oud examen meestal het waardevolste en het slechtst gebruikte.
De standaardaanpak is bekend: je studeert de leerstof, en in de laatste twee dagen maak je een oud examen om te controleren of het zit. Dat is precies de verkeerde volgorde, en het verklaart een hoop teleurstellingen.
Het probleem met bewaren voor het laatst
Als je een oud examen pas op het einde maakt, gebruik je het als eindcontrole. En dan is er nog maar één van twee dingen mogelijk.
Ofwel gaat het goed, en dan heb je bevestiging gekregen die je toch al vermoedde.
Ofwel gaat het slecht, en dan weet je twee dagen voor je examen dat je manier van studeren niet aansloot op wat er gevraagd wordt. Op dat moment kan je daar bijna niets meer aan doen.
De informatie die een oud examen je geeft, is dus het meest waard op het moment dat je er nog iets mee kan. Dat is aan het begin.
Maak er één voor je begint te studeren
Dit is de aanbeveling die tegen ieders instinct ingaat en die het meeste verschil maakt.
Neem een oud examen op dag één van je studeerperiode, voor je één hoofdstuk gedaan hebt. Probeer het te maken. Je gaat het slecht doen, en dat is het punt niet.
Wat je eruit haalt, is drie dingen die je aanpak bepalen.
De vorm. Zijn het open vragen, meerkeuze, oefeningen, of een mengeling? Wordt er gevraagd om te reproduceren, of om toe te passen op iets nieuws? Dat verschil bepaalt volledig hoe je zou moeten studeren, en het staat nergens in je cursus.
Het gewicht. Welke hoofdstukken kregen veel punten en welke bijna niets? Een hoofdstuk dat op drie examens op rij vier punten waard was, is geen hoofdstuk waar je een derde van je tijd aan besteedt.
Het tempo. Hoeveel vragen in hoeveel tijd? Bij sommige vakken is snelheid de helft van het examen, en dat merk je alleen door het te proberen.
Die drie dingen veranderen zelden van jaar tot jaar, ook al veranderen de vragen wel.
Wat je met je fouten doet
Verbeteren is niet hetzelfde als leren, en hier zit veel verspilde moeite.
De reflex is om per vraag te kijken wat het juiste antwoord was en dat te noteren. Dat is verbeteren. Het levert je weinig op, want die exacte vraag komt niet terug.
Wat wel oplevert: categoriseer je fouten per soort. Was dit een kennisfout, waarbij je iets gewoon niet wist? Een toepassingsfout, waarbij je het wist en niet zag dat het van toepassing was? Een slordigheidsfout? Of een leesfout, waarbij je de vraag niet goed begrepen had?
Vier fouten die allemaal in dezelfde categorie vallen, zijn één probleem en geen vier. En die categorie vertelt je wat je morgen moet doen. Kennisfouten los je op met instuderen. Toepassingsfouten los je op met meer gemengde oefeningen. Leesfouten los je op met een gewoonte, namelijk de vraag onderstrepen voor je begint.
Minstens één keer onder tijdsdruk
Dit wordt bijna altijd overgeslagen en het maakt echt verschil.
Werken met een klok verandert hoe je denkt. Je slaat stappen over, je controleert minder, en je merkt of je opzet snel genoeg gaat. Wie alles zonder tijdslimiet maakt, oefent een andere vaardigheid dan de vaardigheid die getest wordt.
Doe daarom minstens het laatste oude examen volledig zoals het echt gaat: op tijd, in één keer, zonder cursus, zonder pauzes en zonder even iets opzoeken.
Dat is ook meteen je beste generale repetitie voor de zenuwen. Wie de vorm al drie keer meemaakte, heeft er op de dag zelf minder last van.
Waar je ze vindt
Vraag ze eerst gewoon aan je leerkracht of docent. Dat wordt vaker toegestaan dan studenten aannemen, en soms zijn ze al beschikbaar zonder dat iemand het gezegd heeft.
Daarnaast circuleren ze bij studentenverenigingen, in mappen die van jaar op jaar doorgegeven worden, en op platformen als Studocu.
Bij dat laatste een waarschuwing die ook geldt voor samenvattingen: je weet niet wie de modeloplossing maakte. Een uitwerking van iemand die het vak nipt haalde, bevat precies de misvattingen die jou punten gaan kosten, en ze staat er even zelfverzekerd bij als een juiste. Gebruik andermans oplossingen als vergelijkingsmateriaal en niet als waarheid.
Hoeveel je er moet maken, en wanneer
Een praktische verdeling die voor de meeste vakken werkt.
Eén aan het begin, ongemaakt en onvoorbereid, om de vorm en het gewicht te leren kennen. Dit is de belangrijkste van allemaal en het is degene die vrijwel iedereen overslaat.
Eén halverwege, nadat je ongeveer de helft van de leerstof verwerkt hebt. Niet om te scoren, maar om te controleren of je manier van studeren aansluit. Als je hier merkt dat je de theorie kent en de vragen niet kan, heb je nog tijd om je aanpak om te gooien.
Eén op het einde, volledig op tijd en onder examenomstandigheden. Dit is je generale repetitie.
Meer dan drie of vier heeft meestal weinig zin, en er is een reden voor: na een paar examens begin je de vragen te herkennen in plaats van ze op te lossen. Dan test je je geheugen voor die specifieke opgaven en niet meer je begrip van het vak.
Zijn er veel oude examens beschikbaar, gebruik de extra dan liever selectief: pak er de vragen uit over de hoofdstukken waar jij zwak staat, in plaats van hele examens te blijven maken.
Als er geen oude examens zijn
Soms zijn ze er niet, of geeft de docent ze niet vrij. Dan is er een alternatief dat bijna even goed werkt.
Maak zelf de vragen. Zet per hoofdstuk tien vragen op papier waarvan je denkt dat ze gesteld kunnen worden. Dat dwingt je te bepalen wat belangrijk genoeg is om gevraagd te worden, wat ongeveer de helft van het studeerwerk is.
Doe dat samen met iemand anders als het kan, en overhoor elkaar met jullie vragen. Vragen van een ander lijken meer op een examen dan je eigen vragen, want bij je eigen vragen weet je toevallig net het antwoord.
Let daarnaast op wat er in de les gezegd wordt. Docenten geven vaker dan je denkt aan wat belangrijk is, soms letterlijk en soms door ergens lang bij stil te staan.
Het geldt ook voor toetsen tijdens het jaar
Oude examens zijn niet alleen iets voor de examenperiode. Je eigen verbeterde toetsen zijn hetzelfde soort materiaal, en die heb je al liggen.
Wie na elke toets zijn fouten categoriseert in plaats van het blad weg te leggen, bouwt in de loop van het jaar een lijst op van waar het bij hem structureel misgaat. Dat is bij het begin van de blok het nuttigste document dat je kan hebben, en het kost per toets tien minuten.
De meeste leerlingen kijken hun verbeterde toets één keer in en zien alleen het cijfer. Daar zit veel gratis informatie in die weggegooid wordt.
Tot slot
De kern is één zin: studeer in de vorm waarin je getoetst wordt.
Een oud examen is de enige plek waar die vorm exact in staat. Alles daarvoor, de cursus, de samenvatting, de notities, is materiaal. Het examen is de opgave.
Voor de bredere aanpak van een examenperiode staat er meer in studeren voor een examen, en in het hoger onderwijs in blokken in het hoger onderwijs. Over de vraag of een samenvatting nog nut heeft naast dit alles: een samenvatting maken. En zit je in de derde examenperiode, dan is dit precies waar het plan in herexamen of tweede zit voorbereiden mee begint.
Voor het inplannen van de reeks zelf, en waarom de volgorde van het rooster meestal niet je studeervolgorde is, staat de aanpak in het examenrooster als plan.