Terug naar de blog
blokhoger onderwijsexamensplanningstudiemethodeVlaanderen

Blokken in het hoger onderwijs: een planning die je haalt

Louis Vanhove8 min lezen

De meeste blokplanningen zien er op dag één prachtig uit en kloppen op dag vijf niet meer. Dat is zo consistent dat het geen kwestie van discipline kan zijn.

Er zitten een paar structurele fouten in de manier waarop studenten een blok plannen, en ze zijn te herstellen.

Waarom de meeste planningen falen

Ze gaan uit van een dag die niet bestaat. Tien uur studeren per dag, elke dag, drie weken lang. Niemand doet dat. De planning is dan niet ambitieus maar fictief, en zodra je een halve dag achterloopt, klopt alles erna ook niet meer.

Ze plannen tot de laatste dag. Geen enkele ruimte voor een dag die tegenvalt, voor ziekte, of voor een hoofdstuk dat twee keer zo lang duurt als gedacht. En er is altijd zo'n hoofdstuk.

Ze verdelen tijd gelijk over de vakken. Terwijl vakken enorm verschillen in hoeveel een uur oplevert. Een vak dat je het semester door gevolgd hebt, heeft herhaling nodig. Een vak dat je liet liggen, heeft leren nodig, en dat is een veelvoud.

Ze plannen alleen leren en geen herhalen. Wat je in week één instudeert en daarna niet meer aanraakt, is tegen week drie grotendeels weg. Dan sta je in de examenweek leerstof opnieuw te leren die je al gehad had.

Begin bij de examens, niet bij vandaag

Zet je examendata op één blad met de dagen ertussen. Werk dan achteruit.

Elk vak heeft twee momenten nodig: een leerfase, en een herhaalfase van één tot twee dagen vlak voor het examen. Zet die herhaalfases eerst in je schema. Ze zijn niet onderhandelbaar, en als je ze pas op het einde invult, blijkt er geen plaats meer.

Wat overblijft, is je echte leertijd. Dat is meestal minder dan studenten dachten, en het is beter dat je dat nu weet.

Let ook op de volgorde. Een vak dat vroeg valt, moet vroeg af zijn. Maar een zwaar vak dat laat valt, kan je niet volledig naar achteren schuiven, want dan komt het samen met de herhaling van al de rest.

Verdeel naar wat een uur oplevert

Zet je vakken in drie groepen voor je tijd toewijst.

Bijgehouden. Je volgde de lessen, je maakte de oefeningen, je begrijpt het. Dit vak heeft herhaling nodig en structureren, geen ontdekking. Reken op een fractie van wat je denkt.

Gevolgd maar niet verwerkt. Je was er wel, maar je hebt het nooit zelf gemaakt. Hier zit het gros van je werk.

Achterstand. Je haakte in oktober af. Dit vak vraagt leren én instuderen in dezelfde weken, en dat is de zwaarste combinatie die er is. Geef het de meeste tijd en de vroegste start.

Gelijk verdelen betekent dat je in de eerste groep tijd verspilt en in de derde tekortkomt. Dat is de meest voorkomende reden dat een planning in week twee scheefloopt.

Plan in blokken van negentig minuten

Concentratie zakt na ongeveer anderhalf uur weg. Wat je daarna doet, is meestal aanwezigheid.

Werk dus in blokken met echte pauzes ertussen, waarin je iets anders doet dan een scherm. Vier tot vijf van die blokken op een dag is een goede dag. Zes is een uitstekende dag. Wie er acht plant, plant onvermijdelijk het instorten van dag zes mee.

Wissel ook tussen soorten vakken. Een rekenvak en daarna een leervak werkt beter dan twee leervakken na elkaar, omdat ze een ander type aandacht vragen.

Studeer in de vorm waarin je getoetst wordt

Dit is de grootste hefboom in het hele artikel, en hij kost geen extra tijd.

Begin bij oefeningen of oude examens, niet bij de cursus. Waar je vastloopt, ga je terug naar de theorie. Waar je niet vastloopt, hoef je niets meer te doen, en dat scheelt vaak een derde van je tijd.

De omgekeerde volgorde, cursus van voor naar achter en dan pas oefeningen, is wat de meeste studenten doen. Ze voelt grondig, en ze zorgt ervoor dat je pas twee dagen voor het examen ontdekt dat je de leerstof kent en de vragen niet kan.

Bij een leervak is het equivalent: sla het boek dicht en probeer te reproduceren. Wat je opschrijft ken je, de rest herkende je alleen.

Herhalen zit in het schema of het gebeurt niet

Zet elk vak minstens twee keer in je planning: één keer voor de leerfase, één keer kort voor het examen. En bij lange blokken idealiter een derde keer ertussenin.

Die tussentijdse herhaling voelt als verloren tijd, want je zou ook nieuwe leerstof kunnen doen. Ze is het niet. Leerstof die je twee weken laat liggen, moet je grotendeels opnieuw leren, en dat kost meer dan de twintig minuten die de herhaling had gekost.

Twintig minuten actief ophalen volstaat. Niet herlezen: afdekken en proberen te reproduceren.

Bouw ruimte in en gebruik ze niet

Plan ongeveer een vijfde van je tijd niet in.

Die ruimte is voor het hoofdstuk dat tegenvalt, voor de dag dat je ziek bent, en voor het vak waarvan je halverwege merkt dat het zwaarder is dan gedacht. Als je die dingen niet nodig hebt, heb je een dag extra herhaling, en dat is nooit verspild.

Een planning zonder speling is een planning die maar één keer kan kloppen.

Slaap is onderdeel van de planning

Ik zeg dit zonder ironie: er is geen enkele examenperiode waarin doorwerken tot drie uur 's nachts een goed idee was.

Wat je 's nachts erbij studeert, kost je de dag erna meer dan het opleverde, en geheugen consolideert tijdens de slaap. Uitgeruste drie uur verslaan uitgeputte zes. Dat is geen motivatiepraat maar de reden dat blokken van drie weken op weinig slaap zo vaak eindigen in een middelmatig resultaat ondanks veel uren.

Zet een vast eindtijdstip in je schema, net zoals een begintijdstip.

Waar je blokt, telt meer dan je denkt

Dit lijkt een detail en het is voor veel studenten het verschil tussen een productieve dag en een verloren dag.

Thuis blokken werkt voor sommige mensen prima en voor veel mensen niet, en de reden is dat je thuis in dezelfde ruimte zit waar je ook ontspant. Je hersenen maken dat onderscheid niet vanzelf.

De meeste Vlaamse steden hebben blokplekken: bibliotheken, universiteitsgebouwen, en tijdens de examenperiodes vaak extra locaties die de stad of de instelling openstelt. Ze werken om twee redenen. Er zit sociale druk in, want iedereen om je heen werkt. En de verplaatsing markeert een begin, wat het makkelijker maakt om te starten.

Twee praktische dingen. Ga naar dezelfde plek op dezelfde tijd, want routine kost minder wilskracht dan elke dag opnieuw beslissen. En leg je telefoon buiten handbereik, niet alleen op stil: het gaat niet om de meldingen maar om de reflex om ernaar te grijpen zodra iets moeilijk wordt.

Wie thuis blijft, kan hetzelfde effect grotendeels namaken: één vaste plek die alleen voor studeren is, en die je verlaat tijdens de pauze.

Als het toch misloopt

Loop je halverwege achter, herplan dan meteen in plaats van harder te proberen.

Schrappen is daarbij beter dan verschuiven. Verschuiven duwt het probleem naar het einde waar geen ruimte is. Schrappen betekent kiezen: welk vak krijgt minder, en wat is per vak het minimum om te slagen.

Overweeg je een vak helemaal te laten vallen, doe dat dan niet op eigen houtje. De gevolgen hangen af van studiepunten, van tolerantiemogelijkheden en van je studievoortgang, en die regels verschillen per instelling en per opleiding. Vraag het na bij je studietrajectbegeleider, en doe dat vóór de beslissing.

Tot slot

Een blok is geen wilskrachtwedstrijd. Het is een logistiek probleem met een deadline, en logistieke problemen los je op met een realistisch schema en niet met goede voornemens.

De grootste winst zit trouwens niet in de blok zelf maar in wat eraan voorafging. Wie het semester door verwerkt heeft, hoeft in de blok alleen vast te zetten. Wie dat niet deed, moet begrijpen én instuderen in dezelfde weken, en dat is de reden dat sommige blokken onmogelijk aanvoelen.

Daarover staat meer in je eerste jaar aan de unief. Voor de studiemethode zelf is onthouden wat je studeert het nuttigst, en voor het plannen in het algemeen studieplanning maken. Loopt het mis en zit je in de derde examenperiode, dan staat het plan in herexamen of tweede zit voorbereiden, en met meerdere vakken in drie of meer herexamens.

Zit er een mondeling in je reeks, dan plan je dat anders dan een schriftelijk examen, en dat staat in mondeling examen in het hoger onderwijs.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur per dag kan je echt blokken?

Voor de meeste mensen ligt de bovengrens rond zes tot acht uur geconcentreerd werk, en dan is dat al een goede dag. Wie zichzelf twaalf uur oplegt, houdt dat een week vol en verliest daarna meer dan hij won. Een planning die uitgaat van tien uur per dag is geen ambitieuze planning, het is een planning die na vijf dagen instort.

Moet ik per vak achter elkaar werken of afwisselen?

Afwisselen werkt voor de meeste mensen beter. Twee blokken van twee uur aan verschillende vakken levert meer op dan vier uur aan hetzelfde, omdat je concentratie na ongeveer negentig minuten wegzakt. Wissel wel tussen verschillende soorten vakken en niet tussen twee die op elkaar lijken.

Wat doe ik als ik achterloop op mijn planning?

Herplan, en schrap in plaats van te verschuiven. Alles opschuiven betekent dat je het probleem naar het einde duwt, waar er geen ruimte meer is. Kijk per vak wat het minimum is om te slagen en snijd daar buiten. Dat is een onaangename beslissing en ze is beter dan er drie dagen later toe gedwongen worden.

Is het erg om een vak op te geven tijdens de blok?

Het kan een verstandige keuze zijn, maar niet eentje om alleen te nemen. De gevolgen hangen af van studiepunten, tolerantiemogelijkheden en je studievoortgang, en die regels verschillen per instelling en opleiding. Vraag het na bij je studietrajectbegeleider voor je beslist, niet erna.

Helpt bijles tijdens de blok nog?

Voor gerichte vragen wel, en dan vaak sterk. Een uur waarin iemand het concept uitlegt waar je al twee dagen op vastzit, koopt je die twee dagen terug. Voor een vak dat je in zijn geheel niet begrijpt, is het te laat om nog veel te veranderen, en dan is prioriteren de betere zet.