Terug naar de blog
hoger onderwijsuniversiteiteerste jaarstudiemethodeexamensVlaanderen

Je eerste jaar aan de unief: wat er echt verandert, en wanneer je moet ingrijpen

Louis Vanhove8 min lezen

Het eerste jaar aan de universiteit is geen zwaarder secundair. Dat is de zin waar alles op neerkomt, en het is precies de zin die studenten pas in januari begrijpen.

Ik zie elk jaar dezelfde groep vastlopen: mensen die in het secundair zonder veel moeite goede punten haalden. Dat is geen toeval en het is ook geen tegenslag. Wie nooit heeft moeten leren studeren omdat het altijd vanzelf ging, mist precies de vaardigheid die hier nodig is.

Wat er concreet verandert

Vier dingen, en ze werken op elkaar in.

Het tempo. Eén hoorcollege beslaat vaak wat in het secundair een hoofdstuk was. Er is geen herhalingsles, er wordt niet gecontroleerd of iedereen mee is, en de volgende week gaat gewoon door.

Wat er getoetst wordt. In het secundair leer je technieken toepassen op oefeningen die lijken op wat je zag. Aan de universiteit moet je zelf bepalen welke techniek van toepassing is, en vaak moet je kunnen uitleggen waarom ze werkt. Bij analyse is het verschil tussen een afgeleide berekenen en een middelwaardestelling toepassen in een bewijs de reden dat de helft van de groep struikelt.

Niemand kijkt over je schouder. Geen dagelijkse taken, geen ouders die je agenda zien, geen leerkracht die opmerkt dat je afhaakt. Het eerste moment waarop iemand officieel merkt dat het misgaat, is je examen.

Alles komt tegelijk. In het secundair had je toetsen verspreid. Hier zit alles in één examenperiode, en een vak dat je in oktober liet liggen, kom je in januari tegen naast vijf andere.

Het gat zit in oktober, niet in januari

Dit is het belangrijkste praktische punt van dit hele artikel.

De meeste studenten die hun eerste jaar niet halen, hadden hun probleem al in oktober. Ze merkten het alleen niet, want er was geen toets die het zichtbaar maakte. In november wordt het onaangenaam, in december onhandelbaar, en in januari is het te laat om nog iets aan de leerstof van september te doen.

De test die je hiertegen beschermt is simpel en je kan hem elke week doen: kan je een oefening uit het hoorcollege van deze week zelfstandig maken, zonder je notities erbij, twee dagen later?

Kan je dat niet, dan heb je geen tijdsprobleem maar een begripsprobleem, en dat wordt niet vanzelf beter. Bij lineaire algebra en statistiek is dit bijzonder verraderlijk, omdat de oefeningen tijdens de les logisch lijken zolang iemand anders de stappen zet.

De struikelvakken zijn bekend en dat is goed nieuws

Per richting zijn het altijd dezelfde vakken. Dat betekent dat je vooraf weet waar je moet opletten.

Bij de ingenieursopleidingen zijn dat analyse, mechanica en lineaire algebra. Bij informatica is het meestal algoritmen en datastructuren, waar studenten die vlot kunnen programmeren ontdekken dat programmeren en algoritmisch denken twee verschillende dingen zijn. Bij economie is het wiskunde voor economen en later financieel management.

Bij psychologie en de gedragswetenschappen is het bijna altijd statistiek en onderzoeksmethoden. Dat verrast studenten die voor psychologie kozen omdat ze met mensen wilden werken, en het is het vak dat het vaakst een eerste jaar kost.

Bij geneeskunde is het volume het probleem, niet de moeilijkheid: anatomie, fysiologie en biochemie tegelijk vragen een manier van instuderen die je in het secundair nooit nodig had. Bij rechten is het de omslag naar juridisch redeneren in burgerlijk recht en staatsrecht.

Studeren zoals in het secundair werkt hier niet

De methode die de meeste eerstejaars meebrengen, is: lessen volgen, notities bijhouden, en in de blok alles instuderen.

Dat faalt hier om een concrete reden. In de blok heb je per vak een paar dagen. Leerstof die je nog nooit begrepen hebt, moet je in die dagen begrijpen én instuderen, en dat gaat niet. Wat wel kan in een blok, is leerstof die je al begreep vastzetten.

De omslag is dus niet harder studeren in de blok. Het is dat begrijpen naar het semester verhuist en instuderen naar de blok blijft.

Praktisch betekent dat één ding: verwerk elk hoorcollege binnen 48 uur. Niet uitgebreid, twintig minuten volstaat. Neem de oefening opnieuw, zonder notities, en kijk of het gaat. Wat niet gaat, noteer je als vraag. Die vragen zijn je échte studeerwerk, en ze zijn in oktober gratis op te lossen en in januari heel duur.

Hoorcolleges volgen is een vaardigheid

Nog iets dat niemand je vertelt: passief luisteren tijdens een hoorcollege levert weinig op, en de meeste eerstejaars doen precies dat, meestal door alles letterlijk over te typen.

Wat beter werkt: schrijf minder op en denk meer mee. Noteer wat de docent zegt maar niet op de slides staat, want dat is precies wat je later nergens terugvindt. Zet een vraagteken bij wat je niet volgde en zoek het diezelfde dag uit.

En als je merkt dat je een hele les niets begreep: dat is bijna nooit tempo. Dat is een voorkennisgat, iets dat verondersteld werd en dat jij nooit gezien hebt. Die zijn opspoorbaar, maar niet door de les nog eens te herbeluisteren.

De blok is geen leerperiode

De blok is de weken tussen de laatste les en het eerste examen, en eerstejaars gebruiken ze bijna allemaal verkeerd.

Wat ze doen: de cursus van voor naar achter doorlezen, hoofdstuk per hoofdstuk, en pas bij het laatste hoofdstuk merken dat het eerste weer weg is. Dat voelt grondig. Het is de duurste manier om je blok door te komen.

Wat wel werkt, is de volgorde omdraaien. Begin bij oefeningen of oude examens, niet bij de cursus. Waar je vastloopt, ga je terug naar de theorie. Waar je niet vastloopt, hoef je niets te doen, en dat scheelt vaak een derde van je tijd.

Twee dingen die daarbij horen. Plan per vak minstens één moment waarop je de leerstof afdekt en probeert te reproduceren, want herlezen voelt als kennen en is het niet. En plan je vakken zo dat elk vak minstens twee keer aan bod komt, niet één lange sessie per vak, want wat je twee weken laat liggen moet je grotendeels opnieuw leren.

Ook praktisch: slaap. Er is geen enkele examenperiode waarin doorwerken tot drie uur 's nachts een goed idee was. Een uitgeruste drie uur verslaat een uitgeputte zes, en dat is geen motivatiepraat maar gewoon hoe geheugen werkt.

Studiepunten, tolerantie en het jaar erna

Er zit een administratieve laag onder dit alles die studenten meestal te laat leren kennen.

Je studievoortgang wordt uitgedrukt in studiepunten, en er bestaan regels over wat er gebeurt als je een deel daarvan niet haalt: hoeveel je mag meenemen, wanneer je moet heroriënteren, en of je een vak met een tekort kan tolereren.

Die regels verschillen per instelling en per opleiding, en ze wijzigen ook. Ik ga hier geen concrete drempels noemen, want de kans dat ze voor jouw opleiding net anders liggen is te groot. Wat ik wel aanraad: zoek het op voor je eigen situatie bij je studietrajectbegeleider, en doe dat vóór de examenperiode en niet erna. Wie de gevolgen kent, maakt in december betere keuzes over waar zijn tijd naartoe gaat.

Wat ik ervan vind

De meeste adviezen die eerstejaars krijgen, zijn te algemeen om iets te veranderen. Ga naar de les, maak een planning, begin op tijd. Er zit waarheid in en ze verzetten weinig.

Wat wel telt, is dat je vroeg merkt wanneer je iets niet zelfstandig kan, en dat je daar dan meteen iets aan doet. Dat is één gewoonte en ze is belangrijker dan alle planningstips samen.

En over de derde examenperiode: die bestaat en het is goed dat ze bestaat. Maar ik ga niet doen alsof ze normaal is. We zijn de tweede zit in Vlaanderen zo gewoon gaan vinden dat studenten er in oktober al mee rekenen, en dat is precies wat een jaar zwaar maakt. Een herexamen is een reparatie, geen plan.

Waar bijles wel en niet helpt

Alles hierboven kan je zelf. Waar het meestal vastloopt, is stap één: uitzoeken wélk voorkennisgat je mist. De fout die je niet ziet, is per definitie de fout die je niet ziet.

Dat is ook precies wat een uur oplevert. Iemand laat je een oefening maken, luistert naar hoe je redeneert, en hoort waar je denken een bocht neemt die niet klopt. Dat is hoe ik zelf geholpen werd toen ik in 2020 wiskundebijles nodig had, en het is nog steeds het enige deel dat je alleen niet kan doen.

Voor de meeste studenten is dat trouwens geen heel semester. Twee of drie sessies in oktober, op het juiste vak, doen meer dan wekelijkse begeleiding vanaf december. Per vak staat er een aparte pagina met de struikelblokken en de examenvorm: begin bij het overzicht van eerstejaarsvakken.

Zit je nu al in de derde examenperiode, dan staat de aanpak in herexamen of tweede zit voorbereiden en, met meerdere vakken, in drie of meer herexamens. Voor analyse en lineaire algebra specifiek verzamelden we het gratis materiaal in 9 gratis bronnen voor analyse en lineaire algebra.

Twee dingen komen in dat eerste jaar bijna zeker op je af en verdienen aparte voorbereiding: het mondeling examen, waar de meeste eerstejaars nooit in geoefend hebben, staat in mondeling examen in het hoger onderwijs. En loopt het in een later jaar vast op je thesis, dan staat de aanpak in vastgelopen op je thesis.

Veelgestelde vragen

Waarom halen leerlingen met goede punten in het secundair het eerste jaar niet?

Meestal omdat de methode die in het secundair werkte hier niet meer volstaat. Wie het jaar door kon meedrijven op lessen volgen en op het einde blokken, komt er niet met leerstof die drie tot vier keer sneller gaat en die op begrip getoetst wordt in plaats van op toepassing. Het is zelden een kwestie van slim genoeg zijn.

Wanneer moet ik ingrijpen als het niet loopt?

Bij het eerste signaal dat je een oefening niet zelfstandig kan maken, niet bij de eerste slechte punten. In de praktijk is dat meestal half oktober. Wie wacht tot het eerste examen in januari, moet in de kerstvakantie een achterstand van drie maanden inhalen terwijl er ook nog examens aankomen.

Wat is tolerantie en hoe werkt het?

Tolerantie laat je in bepaalde gevallen toe een vak met een tekort toch mee te nemen in je diploma, binnen grenzen die je instelling zelf vastlegt. De regels verschillen per universiteit en per opleiding, en ze veranderen. Ga na wat er voor jouw opleiding geldt bij je studietrajectbegeleider en beslis pas daarna, want dit is geen detail voor je verdere traject.

Is het normaal dat ik de hoorcolleges niet kan volgen?

In de eerste weken vaak wel, en het gaat meestal over na een paar weken. Blijft het aanhouden, dan is het meestal geen tempokwestie maar een voorkennisgat: er wordt iets verondersteld dat je nooit gezien hebt. Dat is opspoorbaar en oplosbaar, maar niet door harder te luisteren.

Helpt bijles in het eerste jaar echt?

Het meest als het vroeg gebeurt en gericht is. Twee of drie sessies in oktober, gericht op het vak waar je vastloopt, doen meestal meer dan wekelijkse begeleiding vanaf december. Voor de meeste studenten is dit geen langlopend traject maar een korte interventie op het juiste moment.