Het examenrooster komt binnen, wordt bekeken, en verdwijnt in een tas. Twee weken later begint de blok en gaat iedereen studeren in de volgorde waarin de examens vallen.
Dat is een plan, en het is meestal niet het beste plan. Wat het rooster je geeft, is geen volgorde maar een verdeling van tijd, en die verdeling is ongelijk.
Begin met tellen, niet met studeren
Zodra het rooster er is, doe je één ding van twintig minuten. Zet elk examen op een rij en schrijf erachter hoeveel studiedagen er tot dat examen zijn.
Dan zie je meteen wat er echt aan de hand is. Meestal is dat dit: het eerste examen heeft de meeste dagen, en die dagen deel je met alles wat erna komt. Ergens in het midden zitten twee examens op elkaar. En het laatste examen heeft op papier de meeste tijd, en in de praktijk komt die tijd nooit.
Die drie observaties bepalen je hele planning, en ze zijn zichtbaar voor je één bladzijde gelezen hebt.
Waarom de volgorde van het rooster niet je volgorde is
Als je strikt in roostervolgorde werkt, gebeurt er iets voorspelbaars.
Je begint fris aan het eerste vak en hebt daar ruim tijd voor. Bij het derde begint het te knellen. Bij het laatste examen ben je uitgeput, en dat is precies het vak waar je het langst mee wachtte.
Wat je in plaats daarvan doet: kijk welke vakken veel voorbereiding vragen en waar die vallen. Een zwaar vak dat laat in de reeks staat, krijgt een deel van zijn werk vooraan, in de periode voor de examens beginnen.
Dat voelt onlogisch, want dat examen is nog ver weg. Het is precies waarom het werkt: dat is het enige moment waarop je er nog tijd én energie voor hebt.
Zoek het knelpunt
In bijna elk rooster zit er één plek waar het misloopt: twee zware vakken vlak na elkaar, of drie examens in vier dagen.
Dat is niet met werkkracht op te lossen tijdens de periode zelf, want de dag ertussen bestaat gewoon niet in voldoende mate.
De enige ingreep die werkt, is verschuiven naar voren. Het tweede van die twee vakken begin je voor de examenperiode start, zodat je in die smalle dag alleen nog moet herhalen in plaats van leren.
Daarom is dat tellen aan het begin zo waardevol: het knelpunt is twee weken vooraf zichtbaar en op dat moment nog oplosbaar.
Verdeel per vak, niet per dag
Een veelgemaakte fout is plannen in dagen: maandag geschiedenis, dinsdag chemie.
Wat beter werkt, is per vak inschatten hoeveel blokken werk erin zit, en die blokken dan verdelen over de beschikbare dagen. Een blok is bij de meeste leerlingen anderhalf tot twee uur.
Dat verandert twee dingen. Je ziet meteen of je plan überhaupt past, want als er meer blokken zijn dan dagen, klopt het niet en dan weet je dat nu in plaats van over tien dagen. En je kan schuiven zonder je hele planning om te gooien.
Reken ook met minder dan je denkt. Vier tot zes uur echt geconcentreerd werken is voor de meeste leerlingen de bovengrens. Wie zijn planning bouwt op tien uur per dag, bouwt op iets dat er niet is, en de dag waarop het misgaat, gaat het meteen helemaal mis.
Hoe je zo'n planning praktisch opzet, staat in een studieplanning maken, en voor de blok in het hoger onderwijs in blokken in het hoger onderwijs.
De dagen tussen de examens
Hier gaat het bij de meeste leerlingen echt mis, en het is een van de weinige plekken waar één gewoonte veel oplevert.
Na een examen is de reflex om de namiddag af te schrijven. Dat is menselijk en het is de duurste beslissing van de hele periode, want dat is de tijd die je bij het volgende vak tekortkomt.
Wat werkt: een halve dag herstel, en dan beginnen. Concreet betekent dat: na het examen eten, twee uur niets, en dan een blok van het volgende vak. Dat ene blok is meestal het verschil tussen aankomen met de leerstof gezien of niet.
Wat ook helpt: bepaal vooraf wat je op die namiddag doet. "Ik zie wel" wordt niets. "Na het examen Nederlands begin ik met hoofdstuk 4 van biologie" gebeurt wel.
En laat het afgelopen examen los. Napraten met klasgenoten over wat er gevraagd werd, verandert niets aan je punt en het kost je de rest van de dag. Dat is een gewoonte die je kan afleren, en het is het proberen waard.
Herhalen hoort in het plan
Een planning die alleen uit leren bestaat, is geen planning.
Bouw voor elk vak een herhaalmoment in de dag ervoor, en hou dat kort: doornemen wat je gemaakt hebt, niet opnieuw leren. Wie dat overslaat, merkt op het examen dat wat hij vijf dagen geleden leerde, weggezakt is.
De praktische vorm: het laatste blok voor een examen is altijd herhaling, nooit nieuwe leerstof. Als je op dat moment nog nieuwe leerstof hebt, was je planning te krap, en dan is de betere zet om het minst belangrijke deel over te slaan in plaats van tot twee uur door te gaan.
Oude examens zijn hier het efficiëntste hulpmiddel, want ze tonen wat er echt gevraagd wordt in plaats van wat er in de cursus staat. Hoe je die gebruikt, staat in oude examens gebruiken.
Slaap is onderdeel van het rooster
Dit klinkt als een dooddoener en het is het meest gemeten deel van dit hele onderwerp.
Wat er tijdens de slaap gebeurt, is dat wat je overdag geleerd hebt, vastgezet wordt. Een nacht inkorten om langer te studeren, ruilt dus verwerking in voor extra uren, en dat is bijna altijd een slechte ruil.
De vuistregel die het meest oplevert: leg een vast uur vast waarop je stopt, ook als je niet klaar bent. Niet omdat het perfect is, maar omdat het alternatief, doorgaan tot je erbij neervalt, de dag erna kost.
Wat er precies gebeurt en waarom een nacht doorhalen zelden loont, staat in slaap en studeren.
De laatste dagen
Aan het einde van de reeks is er bij bijna iedereen minder over dan aan het begin, en dat is te voorzien en dus te plannen.
Wat helpt: hou het laatste examen niet volledig voor het einde. Als je daar in de week ervoor al één blok in gestoken hebt, is de laatste dag herhaling in plaats van een noodstop.
Wat ook helpt: verwacht niet van jezelf dat de laatste dagen even productief zijn. Plan er minder in, niet meer. Een realistische laatste dag die je haalt, is beter dan een ambitieuze die je opgeeft.
En als het ergens misloopt in de reeks, gooi dan niet je hele plan om. Schuif één blok, laat het minst belangrijke deel vallen, en ga door. De meeste examenperiodes lopen niet stuk op een slechte dag maar op de reactie erop.
Tot slot
Het rooster ligt vast en je planning niet, en dat is het enige stuk van een examenperiode waar je volledige controle over hebt.
Twintig minuten tellen zodra het rooster binnen is, het knelpunt naar voren halen, en de namiddagen tussen de examens niet weggeven. Dat is samen het grootste deel van wat een examenperiode maakt of breekt, en het kost minder moeite dan één extra avond doorbijten.
Zit er veel spanning op de periode zelf, dan is ouders tijdens de examenperiode nuttig om samen te lezen.