Terug naar de blog
examensoudersexamenperiodesecundair onderwijsstressVlaanderen

Examenperiode: wat je als ouder wel en niet moet doen

Louis Vanhove7 min lezen

In een examenperiode is de rol van een ouder ongemakkelijk. Je ziet iets gebeuren waar je zelf niets aan kan doen, en het instinct om te helpen loopt vast op het feit dat je de leerstof niet kent en niet mag studeren voor hem.

Wat ik ouders daarover zou zeggen: je belangrijkste bijdrage heeft meestal niets met leerstof te maken, en ze is groter dan je denkt.

Wat je wél kan doen

Zorg dat het praktische geregeld is. Eten op tijd, een rustige plek, en zo min mogelijk gedoe in huis. Dat klinkt onbeduidend en het is precies wat er in een examenperiode als eerste sneuvelt. Een kind dat zelf moet nadenken over wat het eet, verliest daar aandacht aan.

Bewaak het ritme. Een vast opstauur, ook op dagen zonder examen. Een eindtijd 's avonds. In week één regelt dat zichzelf, in week drie niet meer, en dan is een ouder die er licht op let het verschil tussen doorgaan en instorten.

Wees beschikbaar zonder aanwezig te zijn. In dezelfde ruimte kunnen zitten zonder mee te kijken. Beschikbaar voor een vraag, niet toekijkend of er gewerkt wordt.

Overhoor als het gevraagd wordt. En dan bij voorkeur met de vragen die hij zelf gemaakt heeft, want dan test je zijn leerstof en niet jouw idee van wat belangrijk is.

Hou perspectief in huis. Niet door te zeggen dat het niet uitmaakt, want dat gelooft hij niet en het voelt als ontkenning. Wel door zelf niet mee te escaleren. Een gezin waarin de examens het enige gespreksonderwerp zijn, maakt de examens groter dan ze zijn.

Wat averechts werkt

Vragen hoe het ging, meteen na een examen. Hij weet het meestal niet, hij is moe, en het antwoord dat hij geeft is een inschatting die nergens op berust. Wat er dan gebeurt is dat jullie samen een half uur bezorgd zijn over iets dat niemand kan weten.

Analyseren wat er misging terwijl er nog examens komen. Een examen dat voorbij is, verandert niet meer. Energie die daarin gaat, gaat niet in het volgende. Bewaar dat gesprek voor na de periode.

Controleren of hij wel echt bezig is. Voor een tiener voelt dat als wantrouwen, en het verschuift de verantwoordelijkheid naar jou. Zodra jij degene bent die bewaakt of er gestudeerd wordt, is het jouw examen geworden.

Vergelijken met broers, zussen of klasgenoten. Nooit nuttig, altijd schadelijk.

Alles schrappen. Sport, vrienden en een uur buiten zijn geen verloren studietijd. Ze zijn herstel, en zonder herstel houdt niemand drie weken vol. Schrap wat veel tijd én veel energie kost, hou wat energie geeft.

De avond voor een examen

Dit is het moment waarop gezinnen het vaakst op elkaar botsen.

Het patroon: het is elf uur, er is nog één hoofdstuk dat niet zit, en je kind wil doorwerken. Jij ziet iemand die morgen om acht uur moet presteren.

Wat meestal de betere ruil is: gaan slapen. Wat je 's nachts nog instudeert, zit niet vast, en de scherpte die je verliest kost je punten op alle hoofdstukken die je wél kende.

Maar dat is een gesprek dat je niet om elf uur 's avonds gaat winnen. Voer het liever aan het begin van de periode, als afspraak, in plaats van elke avond opnieuw als discussie.

En hou het bij een afspraak over de tijd, niet over de leerstof. Wat er nog wel of niet af moet, is aan hem.

De ochtend van het examen

Een klein tijdvenster waarin een ouder onevenredig veel invloed heeft, ten goede en ten kwade.

Wat helpt is vooral wat je niet doet. Geen laatste overhoring aan de ontbijttafel, want wat er dan nog uitkomt is paniek en geen kennis. Geen vragen of hij er klaar voor is. Geen opmerkingen over hoe belangrijk dit examen is, want dat weet hij.

Wat wel helpt is banaal: op tijd opstaan zonder haast, iets eten, en zorgen dat de praktische dingen klaarliggen. Wie 's ochtends nog moet zoeken naar een rekenmachine of een identiteitskaart, begint zijn examen met een adrenalinestoot die hij nergens voor nodig had.

Eén ding dat je wel kan zeggen en dat meestal goed valt: iets dat losstaat van het resultaat. Dat je weet dat hij ervoor gewerkt heeft, of gewoon dat je hem straks weer ziet. Kinderen onthouden van examenperiodes zelden welke punten ze haalden, en wel of het thuis rustig was.

En laat de deur openstaan voor de terugweg. Sommige leerlingen willen er meteen over praten, andere willen een uur niets zeggen. Beide zijn prima, en het helpt om te weten welke van de twee je kind is voor je hem in de auto met vragen bestookt.

Na een examen dat slecht ging

Hier is minder zeggen bijna altijd beter.

Wat helpt: erkennen dat het rot voelt, en dan doorschakelen naar wat er nu komt. "Dat is balen. Wat staat er morgen op het programma?"

Wat niet helpt: relativeren dat het wel meevalt, want dat weet je niet en hij voelt zich niet gehoord. En ook niet: meteen bespreken wat hij anders had moeten doen, want dat is een gesprek voor over twee weken.

Als er meerdere examens slecht gaan, is de verleiding groot om halverwege in te grijpen met een nieuw plan. Doe dat alleen als hij erom vraagt. Midden in een examenperiode van aanpak veranderen, kost meestal meer dan het oplevert.

Het gesprek dat je achteraf wel voert

Als de periode voorbij is en de punten binnen, dan is er wel een gesprek te voeren, en dat is het nuttigste van allemaal.

Kijk niet naar de cijfers maar naar het patroon. Was er een vak dat plots inzakte, of ging het overal een beetje omlaag? Het eerste wijst op een gat in dat vak, het tweede meestal op methode of planning.

En vraag hem wat hij zelf denkt. Leerlingen weten vaak beter dan hun ouders waar het misging, ze worden er alleen zelden naar gevraagd op een moment dat het geen verhoor is.

Blijkt er een concreet gat in één vak, dan is dat oplosbaar en meestal kleiner dan het lijkt. De signalen en wat er wel en niet bij past, staan in wanneer bijles overwegen.

Wanneer het meer is dan spanning

Gewone examenspanning is onaangenaam en ze gaat weg zodra het examen begint. Er is een grens waarboven het iets anders is.

Als je kind structureel niet meer slaapt, niet meer eet, dichtklapt bij het idee van een examen, of urenlang doorwerkt zonder dat er iets binnenkomt, dan is plannen niet meer het juiste gereedschap. Dan hoort het gesprek bij het CLB of de huisarts.

Dat is geen zware stap en het is precies waarvoor ze er zijn. Over de spanning zelf, en wat een leerling er zelf aan kan doen, staat meer in examenvrees overwinnen.

Tot slot

De twee dingen die ik als het belangrijkste zou aanwijzen, zijn allebei saai.

Slaap, want daar wordt in elke examenperiode als eerste op ingeleverd en het kost het meest. Daarover staat meer in slaap en studeren.

En rust in huis. Niet omdat dat direct punten oplevert, maar omdat een kind dat thuis niet ook nog gespannen hoeft te zijn, meer overhoudt voor waar het wel op aankomt.

Voor het plannen zelf is studieplanning maken het nuttigst om samen door te nemen, en voor wie in het hoger onderwijs zit blokken in het hoger onderwijs.

Bij jongere kinderen uit de spanning zich anders, meestal via buikpijn op toetsdagen, en wat daar wel en niet helpt staat in faalangst bij jonge kinderen.

Veelgestelde vragen

Moet ik mijn kind overhoren?

Als hij het vraagt, graag, en dan het liefst met de vragen die hij zelf gemaakt heeft. Als hij het niet vraagt, dring dan niet aan. Overhoren dat opgelegd wordt, verandert in een controlemoment, en dan gaat het gesprek over of hij genoeg gedaan heeft in plaats van over de leerstof.

Hoeveel moet ik controleren of hij echt studeert?

Zo weinig mogelijk, en hoe ouder hoe minder. Controle voelt voor een tiener als wantrouwen, en het verplaatst de verantwoordelijkheid naar jou. Wat wel kan: één keer per week samen vooruitkijken naar wat er aankomt. Dat is planning en geen toezicht.

Wat zeg ik na een examen dat slecht ging?

Zo min mogelijk over het resultaat en zo veel mogelijk over wat er nu komt. Een examen dat voorbij is, verandert niet meer, en een analyse op dat moment kost hem energie die hij voor het volgende nodig heeft. Bewaar het gesprek over wat er misging voor na de hele periode.

Moet ik alle activiteiten schrappen tijdens de examens?

Beter niet allemaal. Sport, een uur buiten of tijd met vrienden zijn geen verloren studietijd maar herstel, en zonder herstel zakt de derde week in. Wat wel helpt is schrappen wat veel tijd én veel energie kost, en houden wat energie geeft.

Wanneer is stress meer dan gewone examenstress?

Als je kind niet meer slaapt, niet meer eet, dichtklapt bij het idee van een examen, of blijft doorwerken zonder dat er iets binnenkomt. Dan is de aanpak niet meer plannen maar hulp zoeken, via het CLB of de huisarts. Gewone spanning gaat weg als het examen begint; deze niet.