Terug naar de blog
bijlesouderssecundair onderwijslager onderwijsstudiebegeleidingVlaanderen

Wanneer is bijles zinvol, en wanneer is het niet het antwoord?

Louis Vanhove8 min lezen

Ouders vragen mij vaak wanneer ze aan bijles moeten beginnen, en het eerlijke antwoord is meestal: eerder dan nu, en waarschijnlijk korter dan je denkt.

Maar er hoort een tweede antwoord bij dat je van iemand met een bijlesplatform misschien niet verwacht. Niet elk schoolprobleem is een bijlesprobleem, en bijles inzetten op iets dat er niet mee opgelost wordt, kost je geld en je kind vertrouwen.

Laat ik allebei uitleggen.

De signalen waarbij bijles wél het juiste gereedschap is

Er is één rode draad: er is een concreet stuk leerstof dat niet begrepen werd, en er bouwt iets op verder.

Een vak dat plots niet meer lukt terwijl het vroeger ging. Dit is het duidelijkste signaal dat er ergens een fundament ontbreekt. Bij wiskunde is het bijna altijd zo: wie vastloopt op vergelijkingen met breuken, heeft meestal een probleem met breuken en niet met vergelijkingen.

Oefeningen die alleen lukken met hulp. Als je kind het snapt zolang jij ernaast zit en het daarna niet zelfstandig kan, dan is het nog niet begrepen. Dat is een precieze en bruikbare test.

Een overgangsjaar. Van het lager naar het secundair, van de tweede naar de derde graad, van het secundair naar het hoger onderwijs. Op die momenten verandert niet de leerstof maar de manier van werken, en dat is waar leerlingen met goede punten alsnog struikelen.

Een concreet doel met een datum. Een toelatingsexamen, een ijkingstoets, een herexamen. Hier is bijles zelden een noodgreep maar gewoon voorbereiding, zoals je ook voor een rijexamen lessen neemt.

Waar bijles niet het antwoord is

En nu het deel dat me eerlijker lijkt om ook te zeggen.

Als het echt om motivatie gaat. Een leerling die de leerstof kan maar niet wil, gaat die evenmin willen met een extra uur per week erbij. Meer van hetzelfde werkt hier averechts, en het wordt vaak de bevestiging dat school iets is dat hem overkomt.

Bij faalangst. Iemand die de leerstof kent en op het examen dichtklapt, heeft geen kennisprobleem. Daar is het CLB of een psycholoog het juiste adres. Wat bijles wél kan doen, is de zekerheid vergroten, en zekerheid helpt tegen faalangst. Maar ze is het gevolg, niet de behandeling.

Bij een vermoeden van een leerstoornis. Als er signalen zijn van dyslexie, dyscalculie of iets anders, dan is een onderzoek de eerste stap en niet een extra uur oefenen. Bijles heeft daar wel een rol, alleen een andere: de achterstand inhalen die ontstond in de jaren voor de diagnose er was, en leren werken met de hulpmiddelen die je kind mag gebruiken.

Als de schoolsituatie zelf het probleem is. Een richting die niet past, een conflict met een leerkracht, pesten. Daar los je niets van op met een uur wiskunde.

Vroeg is goedkoper, en dat is geen verkooppraatje

De meeste ouders overwegen bijles na een slecht rapport. Dat is begrijpelijk, en het is meestal te laat om nog goedkoop te zijn.

Op het moment dat een rapport het zichtbaar maakt, zit het gat er meestal al maanden. In die maanden is er leerstof bijgekomen die op dat gat steunt, en die moet nu mee gerepareerd worden. Eén onderwerp in oktober kost twee lessen. Datzelfde onderwerp plus alles wat erop volgde, kost er in juni tien.

Praktisch betekent dat: reageer op het eerste moment dat je kind een oefening niet zelfstandig kan maken, niet op het eerste slechte cijfer. Dat is een aanzienlijk vroeger signaal en het is gratis te controleren.

Hoeveel is genoeg?

Hier bestaat een hardnekkig misverstand, namelijk dat meer uren beter is.

Ik heb zelf ongeveer honderd leerlingen begeleid, en de leerlingen die het snelst vooruitgingen, waren zelden degenen die het meest boekten. Het waren degenen die op het juiste moment kwamen met een concrete vraag.

Voor veel gezinnen zijn twee of drie sessies genoeg om een specifiek gat te dichten. Wekelijkse bijles het hele jaar door is soms nodig, bijvoorbeeld bij een grote achterstand of bij een leerling die structureel begeleiding nodig heeft, maar het zou geen standaardvertrekpunt moeten zijn.

Wees dus voorzichtig met pakketten en abonnementen als je probleem beperkt is. Wie je een traject van twintig lessen verkoopt voor iets dat in twee lessen op te lossen valt, verkoopt iets anders dan wat je nodig hebt.

En natuurlijk: meer lessen zijn beter dan minder, als het budget er is. Maar het is voor veel gezinnen niet het geval, en ik vind het belangrijk om te zeggen dat elke hoeveelheid bijles nut heeft. Eén les is geen halve maatregel.

Het signaal verschilt per vak

Niet elk vak waarschuwt je op dezelfde manier, en dat is nuttig om te weten omdat je dan weet waar je naar kijkt.

Wiskunde en wetenschappen waarschuwen laat en hard. De punten blijven vaak nog even overeind terwijl het begrip al weg is, omdat oefeningen herkenbaar blijven. Als het zichtbaar wordt, is het gat meestal al een paar hoofdstukken diep. Kijk hier dus niet naar cijfers maar naar of hij een oefening zonder hulp kan.

Talen waarschuwen bijna niet. Woordenschat en grammatica stapelen jarenlang op zonder dat er iets zichtbaar breekt, tot er een examen komt dat op productie test in plaats van op herkenning. Het signaal is hier: kan hij het actief gebruiken, of alleen begrijpen als hij het ziet staan.

Zaakvakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde waarschuwen via de studiemethode. Wie hier zakt, heeft meestal geen begripsprobleem maar leest in plaats van zichzelf te ondervragen. Dat is goed nieuws, want het is de snelste van allemaal om te repareren.

Vakken met veel volume zoals biologie waarschuwen via tijd. Als er uren in gaan en er komt weinig uit, is het bijna altijd de manier van studeren en niet de hoeveelheid.

Wat een eerste les zou moeten opleveren

Nog iets praktisch, want ouders weten vaak niet waar ze op mogen rekenen.

Een goede eerste les is voor het grootste deel diagnose. De bijlesgever laat je kind werken, kijkt waar de redenering afslaat, en komt eruit met een concreet antwoord op de vraag wat er precies ontbreekt. Niet "hij moet meer oefenen", maar "hij kan wel afleiden maar niet zien wanneer hij de kettingregel nodig heeft".

Dat is meteen ook waar je aan merkt of iemand goed is. Een les die volledig uit uitleg bestaat, waarin je kind vooral geluisterd heeft, is meestal een gemiste kans. Een les waarin je kind zelf het meeste gewerkt heeft en waarin de bijlesgever vooral vragen stelde, is bijna altijd de betere.

Vraag na afloop dus niet of het goed ging. Vraag wat er precies vastzat. Als daar geen concreet antwoord op komt, is er niet gediagnosticeerd, en dan wordt de tweede les waarschijnlijk meer van hetzelfde.

Als je kind niet wil

Weerstand is normaal en ze gaat zelden over de bijles zelf. Ze gaat over wat het betekent: dat er iets mis is met hem, dat hij het niet alleen kan, dat het officieel wordt.

Wat meestal helpt: maak het klein en tijdelijk. Eén les, over één ding waar hij zelf van zegt dat het niet lukt, en daarna beslissen jullie samen. Dat is iets heel anders dan een traject dat over zijn hoofd wordt afgesproken.

En laat hem meekiezen wie het wordt. Klik telt hier meer dan mensen denken. Een leerling die zich op zijn gemak voelt bij zijn bijlesgever, durft te zeggen wat hij niet snapt, en dat is precies het punt van de hele oefening.

Waar je op let als je iemand zoekt

Ik zal er niet omheen draaien: het enige dat echt telt, is dat je iemand vindt die gekwalificeerd is, betrouwbaar, en gedreven om je kind vooruit te helpen. De rest is bijzaak.

Concreet betekent dat drie vragen. Kent deze persoon het niveau, niet alleen het vak? Iemand die vlot Frans spreekt, kan een tweedejaars prima helpen en tegelijk geen idee hebben hoe hij de subjonctif in een zesde jaar aanpakt. Weet je wat je betaalt, vooraf en volledig? En wat gebeurt er als het niet klikt?

Ik heb zelf ooit een les terugbetaald omdat een leerling met goniometrische identiteiten kwam die ik vijf jaar niet had aangeraakt. Ik kon de oefeningen niet behoorlijk maken en wat ik aan het doen was, was oppervlakkig. Dat is geen heldenverhaal, het is gewoon wat er hoort te gebeuren, en het is het soort ding waar je naar mag vragen.

Voor een uitgebreidere checklist staat er meer in een goede online bijlesdocent kiezen. Twijfel je of het de investering waard is, dan zetten we het bewijs op een rij in is bijles de moeite waard. Over wat het kost staat alles in bijles tarieven, en gaat het vooral over planning en overzicht in plaats van over één vak, dan is huiswerkbegeleiding online waarschijnlijk de betere vorm. Loopt het thuis vast op de sfeer rond schoolwerk, dan staat daarover meer in huiswerk zonder de avondlijke ruzie.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk punt is bijles nuttig?

Zodra er een concreet stuk leerstof is dat niet begrepen werd en waar de rest op verder bouwt. Dat is meestal veel vroeger dan het moment waarop ouders eraan denken, want de meesten wachten op een slecht rapport terwijl het gat er dan al maanden zit. Eén onderwerp dat je nu aanpakt is goedkoper dan een heel vak in juni.

Is één les zinvol of moet je een heel traject volgen?

Eén les kan absoluut zinvol zijn, en voor veel leerlingen volstaan twee of drie sessies op het juiste moment. Wie een lang traject aanbiedt voor een probleem dat in twee lessen op te lossen is, verkoopt iets anders dan wat je nodig hebt. Van pakketten en abonnementen zou ik dus voorzichtig zijn als het probleem beperkt is.

Mijn kind wil geen bijles. Heeft het dan zin?

Meestal weinig als je het oplegt. Wat wel vaak werkt: afspreken dat het om één les gaat, over één concreet ding waar hij zelf vastloopt, en daarna samen beslissen. Weerstand gaat zelden over de bijles zelf en meestal over wat het betekent, namelijk dat er iets mis zou zijn met hem.

Wat als het probleem niet de leerstof is?

Dan is bijles niet het juiste gereedschap. Bij faalangst, bij aanhoudende motivatieproblemen of bij een vermoeden van een leerstoornis is het CLB of de school het eerste adres. Bijles kan daarnaast nuttig zijn voor de achterstand die intussen ontstaan is, maar ze vervangt geen diagnose en geen begeleiding.

Helpt bijles ook voor sterke leerlingen?

Ja, en dat wordt vaak vergeten. Een leerling die goede punten haalt maar zonder methode werkt, loopt in het hoger onderwijs alsnog vast. En wie een specifiek doel heeft, zoals een toelatingsexamen of een moeilijke richting, heeft baat bij gerichte voorbereiding, ook zonder dat er iets misgaat.