In veel gezinnen in Vlaanderen wordt thuis een andere taal gesproken dan op school. Dat brengt praktische dingen mee die zelden ergens uitgelegd worden, en het brengt ook een misverstand mee dat de moeite is om weg te nemen.
Het misverstand: dat je als ouder minder kan betekenen voor het schoolwerk van je kind wanneer je de schooltaal niet vlot spreekt. Dat klopt niet, en het klopt vooral niet voor de dingen die het meest uitmaken.
Wat thuis helpt, hangt nauwelijks aan taal
Kijk naar wat er van thuis echt bijdraagt aan schoolresultaten. Bijna niets daarvan vraagt dat je de leerstof kent of de taal beheerst.
Een vast moment en een rustige plek. Elke dag hetzelfde uur, een tafel zonder televisie, telefoon in een andere kamer. Dat is de belangrijkste bijdrage van thuis en ze is taalonafhankelijk.
Vragen hoe hij het aanpakt. Niet of het antwoord juist is, maar hoe hij eraan begint. Laat hem hardop uitleggen wat hij doet. Jij hoeft de leerstof niet te kennen om te horen waar hij begint te haperen, en hij hoort het zelf ook. Uitleggen aan iemand anders is bovendien een van de betere manieren om te leren.
Slaap en ritme bewaken. Dat weegt zwaarder dan de meeste mensen denken.
Interesse tonen zonder te controleren. Vragen wat er vandaag gebeurd is, niet wat zijn punten waren.
Wie die vier doet, doet meer voor de resultaten van zijn kind dan een ouder die de leerstof kent en de rest laat lopen.
Wat je van de school mag vragen
Dit deel wordt onderbenut, meestal omdat ouders niet weten dat het kan.
Vraag om hulp bij een gesprek. Vooraf, niet op het moment zelf. Veel scholen werken samen met tolken of met brugfiguren die precies hiervoor bestaan, en het CLB kan meedenken over wat er in jouw gemeente beschikbaar is. Wat er mogelijk is verschilt per school, dus vraag het na.
Vraag om een schriftelijke samenvatting. Na een gesprek, kort, met wat er afgesproken is. Dat is voor iedereen nuttig en het is voor jou het verschil tussen half begrijpen en kunnen nalezen.
Vraag of belangrijke berichten schriftelijk kunnen. Geschreven tekst kan je herlezen en vertalen; een mondelinge mededeling in de gang niet.
Vraag uitleg over dingen die vanzelfsprekend lijken. Wat betekent dit cijfer, wat gebeurt er als het zo blijft, wat wordt er van ons verwacht. Leerkrachten geven zelden ongevraagd uitleg over het systeem, niet uit onwil maar omdat het voor hen dagelijkse kost is.
Er is geen enkele reden om je te verontschuldigen voor die vragen. Een ouder die vraagt, is een ouder die betrokken is, en zo wordt het ook gelezen.
Laat je kind niet de tolk zijn
Dit gebeurt in veel gezinnen en het is de moeite om het te vermijden.
Wanneer je kind vertaalt tijdens een oudercontact, vertaalt het een gesprek over zichzelf. Het bepaalt dan onvermijdelijk mee wat er doorkomt, en dat is geen kwestie van eerlijkheid maar van positie: niemand vertaalt vlot dat hij te weinig werkt.
Er zit ook een last in die niet van hem is. Een kind dat regelmatig moet bemiddelen tussen zijn ouders en instanties, draagt volwassen verantwoordelijkheid, en dat is bij veel gezinnen zo normaal geworden dat niemand het nog opmerkt.
Voor kleine praktische dingen is het geen ramp. Voor gesprekken over hoe het met hem gaat, is het beter om iemand anders te vragen: een familielid, iemand uit je omgeving, of iemand via de school.
Het schoolsysteem hier werkt anders dan elders
Een paar dingen waar ouders die elders naar school gingen, vaak tegenaan lopen. Niet omdat ze onduidelijk zijn, maar omdat niemand ze uitlegt.
Er wordt in het secundair vroeg gekozen tussen richtingen, en die keuze bepaalt mee wat er later mogelijk is. Dat gebeurt op een leeftijd waarop dat in veel landen nog niet aan de orde is.
Er bestaat een systeem van attesten aan het einde van het jaar, waarbij een klassenraad kan beslissen dat bepaalde richtingen niet meer opengaan. Wat dat precies inhoudt, staat in een B-attest gekregen en in een C-attest.
Het CLB is een aparte, gratis dienst naast de school, voor leren, welbevinden en studiekeuze. Veel gezinnen weten niet dat het bestaat of denken dat het alleen voor problemen is.
Er is veel schriftelijke communicatie, vaak digitaal, via een platform. Vraag hoe dat werkt en of je meldingen kan krijgen op een manier die voor jou werkt.
Vraag de school om die dingen uit te leggen. Dat is een normale vraag en het antwoord bespaart je jaren van verkeerde aannames.
Meertaligheid is geen probleem om op te lossen
Er circuleert nog steeds het advies om thuis Nederlands te spreken zodat het kind sneller vooruitgaat. Dat is bij de meeste gezinnen geen goed idee.
Wat een kind nodig heeft, is minstens één taal die het volledig en rijk beheerst, en dat is meestal de taal die jij het best spreekt. Op een sterke thuistaal bouwt een tweede taal makkelijker verder dan op twee talen die allebei half zijn.
Praat thuis dus de taal waarin je het meest te vertellen hebt. Lees voor in die taal, praat over wat er gebeurd is, leg dingen uit. Dat bouwt precies het denkvermogen op dat op school in het Nederlands gebruikt wordt.
Wat wel helpt voor het Nederlands: veel contact ermee buiten de klas. Een sportclub, de jeugdbeweging, de academie, een bibliotheek. Taal leer je in situaties waarin je ze nodig hebt.
Loopt de taalontwikkeling in élke taal moeizaam, ook in de thuistaal, dan is dat iets anders en de moeite om te laten onderzoeken. Dat staat uitgewerkt in TOS op school.
Als het gesprek toch stroef loopt
Soms lukt de communicatie met een school niet goed, en dan is het de moeite om te weten dat er wegen naast de klastitularis bestaan.
De leerlingenbegeleider of zorgcoördinator. Bij elke secundaire school is er iemand met die rol, en die heeft meer tijd voor een gesprek dan een leerkracht tussen twee lessen door.
Het CLB. Een aparte, gratis dienst die niet van de school is. Ze kunnen meedenken, bemiddelen, en uitleggen hoe iets werkt zonder dat je bij de school zelf hoeft aan te kloppen. Voor gezinnen die zich niet gehoord voelen, is dat vaak de nuttigste stap.
Brugfiguren of ouderwerking. In een aantal gemeenten en scholen bestaan er mensen wier taak precies is om de brug te maken tussen school en gezinnen. Wat er in jouw gemeente bestaat, weet het CLB of de school.
Wat helpt bij zo'n gesprek: kom met concrete voorbeelden en niet met een indruk. Niet "de school luistert niet" maar "ik heb twee keer gevraagd om een afspraak en er kwam geen antwoord". Feiten met datums zijn overal makkelijker te behandelen dan gevoelens, hoe terecht die ook zijn.
En vraag altijd naar een vervolgafspraak. Een gesprek zonder afgesproken opvolging verwatert, en dan begint het opnieuw.
Waar bijles concreet iets doet
Bij deze gezinnen is er vaak één specifiek knelpunt: de instructietaal in vakken die op zich niet talig lijken.
Een wiskundig vraagstuk is een tekst. Een practicumvoorschrift is een reeks instructies. Een examenvraag scharniert soms op één woord. Wie de leerstof aankan en de vraag niet volledig leest, verliest punten om een reden die niets met wiskunde te maken heeft.
Wat begeleiding daar doet, is de leerstof uitleggen in het Nederlands op het tempo van je kind, met ruimte om door te vragen. Dat is precies wat een klas van dertig niet kan bieden.
En het is meestal geen lang traject. Voor een afgebakend gat volstaan vaak enkele sessies. De signalen die aangeven wanneer het zinvol is, staan in wanneer bijles overwegen, en wat je van een eerste les mag verwachten in de eerste bijles.
Tot slot
Wat ik ouders in deze situatie zou meegeven: de dingen die je kind het meest vooruithelpen, kan jij doen, ongeacht welke taal je spreekt.
Structuur, interesse, en de gewoonte om hem te laten uitleggen wat hij doet. Dat is geen tweede keuze omdat de rest niet lukt. Dat is waar het bij elk gezin op neerkomt.
Voor het praktische thuis staat er meer in huiswerk zonder de avondlijke ruzie, en voor het gesprek op school in oudercontact voorbereiden.