Terug naar de blog
bijlesouderseerste lesbijlesdocentkwaliteitVlaanderen

De eerste bijles: wat er zou moeten gebeuren, en wat niet

Louis Vanhove7 min lezen

Ouders weten meestal niet waar ze op moeten letten bij een eerste bijles. Het gaat over een vak dat ze zelf niet meer volgen, ze zijn er niet bij, en het enige dat ze achteraf horen is dat het wel oké was.

Er is nochtans een vrij duidelijk verschil tussen een goede eerste les en een middelmatige, en je hebt er geen vakkennis voor nodig om het te herkennen.

Een eerste les is vooral diagnose

Dit is het belangrijkste dat je moet weten.

De vraag die een bijlesgever in het eerste uur moet beantwoorden, is niet "hoe leg ik dit uit" maar "waar loopt het precies mis". Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Een leerling die zegt dat hij wiskunde niet snapt, heeft bijna nooit een probleem met wiskunde. Hij heeft ergens één ding gemist waar sindsdien alles op gebouwd is. Dat ding vinden is het werk van de eerste les.

Dus: een goede eerste les bestaat voor een groot deel uit je kind laten werken terwijl de bijlesgever luistert en kijkt. Niet uit een uur uitleg.

Zo werd ik zelf geholpen toen ik in 2020 wiskundebijles nodig had. Mijn bijlesgever legde weinig uit. Hij liet me oefeningen maken, luisterde naar hoe ik redeneerde, en zocht waar mijn denken een bocht nam die niet klopte. Die bocht repareerden we. Dat is nog steeds hoe ik zelf lesgeef.

Het verschil aan de buitenkant

Je kan dit herkennen zonder de leerstof te kennen. Let op wie er aan het werk was.

Een gemiste kans: je kind heeft een uur zitten luisteren. Er is veel uitgelegd, misschien heel duidelijk, en hij knikte. Achteraf zegt hij dat het goed uitgelegd was.

Een goede les: je kind heeft het grootste deel van het uur zelf zitten werken. Er werd vooral gevraagd: hoe zou je hieraan beginnen, wat doe je nu, waarom die stap. Achteraf kan hij vertellen wat er precies fout ging.

Dat tweede is vermoeiender voor je kind, en het is de reden dat het werkt. Uitleg volgen voelt prettig en verandert weinig. Zelf redeneren onder begeleiding is waar het gebeurt.

De vraag die je achteraf stelt

Vraag niet of het goed ging. Daar komt bijna altijd ja op, ook als er niets gebeurd is.

Vraag: wat zat er precies vast?

Als het antwoord concreet is, dan is er gediagnosticeerd. Iets als: ik kan wel afleiden maar ik zie niet wanneer ik de kettingregel moet gebruiken. Of: ik kende de woordenschat wel maar niet in de richting die het examen vraagt.

Als het antwoord vaag blijft, iets als "hij legde het goed uit" of "we hebben hoofdstuk vier gedaan", dan is er uitgelegd maar niet gezocht. Dat is niet meteen een reden om te stoppen, en het is wel een reden om er de volgende keer expliciet naar te vragen.

Waar je verder op let

Praat de bijlesgever meer dan je kind? Als je toevallig iets opvangt: de verhouding zou omgekeerd moeten zijn dan de meeste mensen verwachten.

Wordt er iets meegegeven? Een goede les eindigt meestal met iets concreets voor tussendoor. Niet twintig oefeningen, wel een gerichte opdracht die past bij wat er gevonden is.

Is er een inschatting? Na een eerste les hoort iemand ongeveer te kunnen zeggen hoe groot het probleem is en hoeveel tijd het vraagt. En als die inschatting "een heel jaar wekelijks" is voor iets dat op één hoofdstuk vastzit, vraag dan waarop dat gebaseerd is.

Wordt er eerlijk gezegd wat niet kan? Ik heb ooit een les terugbetaald omdat een leerling met goniometrische identiteiten kwam die ik vijf jaar niet had aangeraakt. Ik kon de oefeningen zelf niet behoorlijk maken, en wat ik aan het doen was, was oppervlakkig. Dat is geen heldenverhaal, het is gewoon wat er hoort te gebeuren. Iemand die alles zegt aan te kunnen, is minder geruststellend dan iemand die zijn grens benoemt.

Ga er niet bij zitten

Bij jonge kinderen is aanwezigheid vaak nodig. Ik denk zelf dat kinderen van pakweg drie tot acht een volwassene in de buurt nodig hebben om goed te kunnen focussen, ook bij een les.

Bij tieners werkt het meestal averechts. Een leerling die weet dat zijn ouder meeluistert, gaat minder makkelijk toegeven dat hij iets niet snapt. En dat toegeven is precies waar een eerste les op draait.

Vraag achteraf hoe het ging in plaats van erbij te zitten. Je krijgt meer informatie uit dat gesprek dan uit een uur meeluisteren.

Online of aan huis: wat verandert er

Voor een eerste les maakt de vorm minder uit dan mensen verwachten, met één duidelijke uitzondering.

Bij jonge kinderen, laten we zeggen tot een jaar of acht, denk ik dat in persoon gewoon beter werkt. Op die leeftijd helpt een volwassene die fysiek in dezelfde ruimte zit om de aandacht vast te houden, en dat is via een scherm moeilijker te vervangen. Dat is een segment waarvan ik eerlijk zeg dat online niet de beste vorm is, ook al bieden we het aan.

Vanaf het secundair verdwijnt dat verschil grotendeels, en komen er praktische voordelen bij. Geen verplaatsing, dus een les van een uur kost ook echt een uur. Een groter aanbod, dus je kan zoeken op het exacte vak en niveau in plaats van op wie er in de buurt woont. En voor tieners die zich ongemakkelijk voelen bij het idee van bijles, valt het minder op.

Wat online wel vraagt, is een werkende opstelling voor je begint. Een koptelefoon met microfoon, een rustige plek, en een manier om te schrijven die de ander kan zien. Bij een vak met veel uitwerking, zoals wiskunde, is dat laatste geen detail: als je kind zijn stappen niet kan tonen, valt precies het deel weg waar de diagnose uit komt.

Test dat dus voor de eerste les en niet tijdens.

Als het niet klikt

Dat gebeurt, en het is geen falen van een van beide kanten.

Klik telt hier meer dan mensen denken. Een leerling die zich op zijn gemak voelt, zegt wanneer hij iets niet begrijpt. Een leerling die dat niet durft, knikt beleefd en dan is elke les uitleg zonder richting.

Wissel dus liever snel dan dat je het drie maanden uitzit. En laat je kind meekiezen wie de volgende wordt: een keuze die hij mee gemaakt heeft, werkt beter dan een die geregeld werd.

Over de prijs, kort

Om het concreet te maken: bij ons ligt de mediaan van wat een student per uur betaalt rond de 25 euro, all-in. All-in betekent inclusief onze vaste vergoeding van 5 euro per uur bovenop het tarief van de docent, dus het bedrag dat je ziet is het bedrag dat je betaalt. Voor de meeste vakken ligt het tussen ongeveer 20 en 32 euro.

Wat ik daarbij zou zeggen: kijk niet alleen naar het uurtarief maar naar wat een traject in totaal kost. Twee lessen bij iemand die het gat vindt, is goedkoper dan tien bij iemand die het hele hoofdstuk opnieuw uitlegt.

En wees voorzichtig met pakketten en abonnementen als je probleem beperkt is. De volledige uitleg over wat bijles kost staat op bijles tarieven.

Tot slot

Wat ik ouders zou meegeven: je hoeft de leerstof niet te kennen om te beoordelen of een bijles goed was.

Je hoeft maar twee dingen te weten. Wie deed het meeste werk, en kan je kind achteraf benoemen wat er precies vastzat. Als het antwoord op het eerste "mijn kind" is en op het tweede "ja", dan zit het goed.

Waar je op let bij het kiezen zelf, staat in een goede online bijlesdocent kiezen. Twijfel je of het al zover is, dan staan de signalen in wanneer bijles overwegen. En is er weerstand bij je kind: je kind wil geen bijles.

Zoek je iemand in je eigen stad, dan staan de praktische kanten daarvan voor Gent in bijles in Gent.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er in een goede eerste bijles?

Voor het grootste deel diagnose. De bijlesgever laat je kind werken, kijkt waar de redenering afslaat, en komt eruit met een concreet antwoord op wat er precies ontbreekt. Een les die volledig uit uitleg bestond, waarin je kind vooral geluisterd heeft, is meestal een gemiste eerste les.

Wat vraag ik achteraf aan mijn kind?

Niet of het goed ging, want daar komt bijna altijd ja op. Vraag wat er precies vastzat. Als daar een concreet antwoord op komt, is er gediagnosticeerd. Komt er iets vaags als 'hij legde het goed uit', dan is er wel uitgelegd maar niet gevonden waar het misging.

Moet ik erbij zitten?

Bij jonge kinderen vaak wel, bij tieners meestal niet. Een leerling die weet dat zijn ouder meeluistert, durft minder makkelijk te zeggen dat hij iets niet snapt, en dat toegeven is precies waar een eerste les op draait. Vraag achteraf hoe het ging in plaats van mee te kijken.

Wat als het niet klikt?

Dan zoek je iemand anders, en dat is geen falen. Klik telt hier meer dan mensen denken: een leerling die zich op zijn gemak voelt, durft te zeggen wat hij niet begrijpt. Zonder dat is elke les uitleg zonder richting. Wissel dus liever snel dan dat je het uitzit.

Hoeveel lessen heb ik nodig?

Voor een specifiek gat volstaan vaak twee of drie sessies. Iemand die na de eerste les meteen een lang traject voorstelt voor een probleem dat beperkt is, verkoopt iets anders dan wat je nodig hebt. Vraag na de eerste les om een inschatting, en vraag waarop die gebaseerd is.