Er is een gewoonte die er van buitenaf uitziet als hard werken en die meestal het tegenovergestelde oplevert: alles meeschrijven wat er gezegd wordt.
Het voelt productief. Aan het eind van het uur ligt er twee bladzijden. En als je er in de blok naar kijkt, blijkt er weinig te staan dat je verder helpt.
Waarom transcriberen niet werkt
Je kan niet tegelijk letterlijk meeschrijven en meedenken. Dat is geen kwestie van talent, het is een beperking van aandacht: schrijven wat iemand net zei, gebruikt precies de capaciteit die je nodig hebt om te begrijpen wat hij zegt.
Wie meeschrijft, komt het uur door zonder één keer stil te staan bij of het klopt, of het aansluit op vorige week, of waar hij het niet volgt. Dat denkwerk wordt uitgesteld naar later, en later is meestal de blok.
Dat is de kern van het probleem: notities zijn geen opslag, ze zijn een verwerkingsmoment. Wie ze als opslag gebruikt, verplaatst al het werk naar het einde en heeft dan een stapel tekst waar geen begrip in zit.
Wat je wel noteert
Vier dingen, en ze zijn allemaal iets dat je later niet meer kan reconstrueren.
Wat er niet op de slides of in het boek staat. Dit is de belangrijkste. Als de docent iets zegt dat nergens geschreven staat, is dat precies wat je nergens terugvindt. Een voorbeeld dat hij erbij haalt, een uitzondering die hij noemt, of de reden waarom iets zo werkt.
Waar hij nadruk op legt. "Dit komt terug", "hier struikelt iedereen over", of gewoon: hij besteedt er tien minuten aan terwijl het in het boek drie regels is. Dat is informatie over het examen die je gratis krijgt.
De structuur. Hoe hangt dit samen met wat er vorige week kwam? Een pijl of een korte zin volstaat en het bespaart je later het hele verband opnieuw uitzoeken.
Je eigen vragen. Waar je afhaakte, waar iets niet klopte met wat je dacht te weten, waar je twijfelt. Dit is het waardevolste van alles en het wordt bijna nooit opgeschreven.
Laat gaten vallen
Als het te snel gaat, is de reflex om harder te proberen bij te blijven. Dat is de duurste keuze die je op dat moment kan maken.
Wat er dan gebeurt: je blijft hangen bij wat je miste, terwijl de uitleg doorgaat. Twee minuten later ben je vijf minuten kwijt in plaats van één.
Beter: zet een streepje of een vraagteken op de plek waar je iets miste, en spring mee naar wat er nu gezegd wordt. Het gat vul je achteraf in, uit het boek, van een klasgenoot, of door het te vragen.
Dat vraagt een beetje lef, want een blad met gaten voelt als slordig werk. Het is het niet: het is een blad waar je bij was.
Met de hand of getypt
Het eerlijke antwoord is dat de manier minder uitmaakt dan wat je ermee doet, maar er is één echt verschil.
Met de hand ben je te traag om alles op te schrijven. Die traagheid dwingt je te selecteren, en selecteren is denken. Dat is een voordeel dat je gratis krijgt.
Op een laptop ben je snel genoeg om letterlijk mee te typen, en dan is de verleiding groot om dat ook te doen. Wie op laptop werkt en bewust selecteert, heeft dat nadeel niet, maar het vraagt een discipline die met de hand vanzelf komt.
Waar de laptop wint: bij vakken met veel schema's die je later wil herordenen, en bij wie moeite heeft met schrijven. En bij leerlingen met bijvoorbeeld dyslexie of een motorisch probleem is digitaal vaak gewoon de betere keuze.
Bewerken binnen 48 uur
Dit is de stap die het meeste oplevert en die het vaakst overgeslagen wordt.
Neem binnen twee dagen tien minuten per les. Vul de gaten in. Zet je vraagtekens om in echte vragen. Markeer wat je nog steeds niet begrijpt.
Waarom binnen 48 uur? Omdat je dan nog weet wat je bedoelde. Notities die je pas in de blok terugleest, zijn vaak half onbegrijpelijk geworden, want de context zat in je hoofd en niet op papier.
En die vragenlijst die je zo opbouwt, is je echte studeerwerk. In oktober zijn de antwoorden gratis: je stelt ze in de les, aan een klasgenoot, of aan het monitoraat. In januari kosten dezelfde vragen je een examen.
Voor het secundair ligt het iets anders
Alles hierboven geldt het sterkst voor het hoger onderwijs, waar er hoorcolleges zijn en niemand controleert.
In het secundair wordt er vaak gedicteerd of van het bord overgeschreven, en dan heb je minder ruimte om te selecteren. Wat er dan overblijft is de vierde categorie: je eigen vragen. Zet ze in de kantlijn, met een symbool dat je herkent.
En kijk je notities één keer per week door in plaats van pas voor een toets. Vijf minuten per vak. Dat is het goedkoopste dat er bestaat en het scheelt op een toetsenweek uren.
Een indeling die het werk voor je doet
Als je één ding aan je bladindeling verandert, maak dan een kantlijn.
Trek links een marge van een kwart bladbreedte. Rechts komt tijdens de les je gewone notitie. Links laat je leeg.
Die linkerkolom vul je pas achteraf, tijdens je bewerking binnen 48 uur, en daar zet je twee soorten dingen: je vragen, en trefwoorden die samenvatten wat er rechts staat.
Waarom dat werkt: je hebt daarna een blad waarmee je jezelf kan overhoren. Dek de rechterkant af, kijk naar een trefwoord links, en probeer te vertellen wat erbij hoorde. Dat is actief ophalen, en dat is de enige studeeractiviteit die aantoonbaar iets vastzet.
Onderaan het blad laat je drie regels vrij voor één zin: waar ging deze les over? Die zin schrijven dwingt je de hoofdlijn te bepalen, en als het niet lukt, weet je dat je de les niet gevolgd hebt.
Dit soort indeling bestaat in allerlei varianten en de precieze vorm doet er weinig toe. Wat telt is dat je blad al ingericht is om later mee te studeren, in plaats van dat het alleen tekst bevat.
Wat je met andermans notities doet
Voor een gemiste les zijn ze prima. Voor structureel gebruik zijn ze minder goed dan ze lijken.
De selectie die iemand anders maakte, is precies het denkwerk dat jij zou moeten doen. Zijn notities bevatten zijn beeld van wat belangrijk is en zijn vragen, en die zijn niet noodzakelijk de jouwe.
Datzelfde geldt voor uitgetypte cursussen die van jaar op jaar rondgaan. Handig als naslagwerk, riskant als vervanging, om dezelfde reden als bij samenvattingen: je weet niet of degene die het maakte het vak begreep. Daarover staat meer in een samenvatting maken.
Tot slot
Notities zijn geen archief. Ze zijn het bewijs dat je tijdens dat uur hebt nagedacht, en de vragenlijst die eruit komt is waardevoller dan de tekst.
Wie dat één keer omdraait, merkt meestal twee dingen. De lessen zijn vermoeiender, want meedenken kost meer dan meeschrijven. En de blok is korter, want er is minder te ontdekken en meer te herhalen.
Voor de verwerking na de les staat er meer in je eerste jaar aan de unief, en voor het studeren zelf in onthouden wat je studeert. Werk je toe naar een examenperiode, dan is oude examens gebruiken het logische vervolg, want daar begint het echte controleren.