Terug naar de blog
Fransspreekvaardigheidmondelingsecundair onderwijstalenVlaanderen

Frans spreken: waarom stilvallen meer kost dan een fout maken

Louis Vanhove7 min lezen

Spreekvaardigheid is het onderdeel van Frans dat het minst geoefend wordt en op het examen het zwaarst weegt. Dat is een ongelukkige combinatie en ze is te doorbreken.

Wat leerlingen tegenhoudt is bijna nooit een gebrek aan woorden. Het is dat er twee dingen tegelijk gevraagd worden die elkaar in de weg zitten.

Vlot en correct werken tegen elkaar

Als je spreekt, moet je tegelijk bedenken wát je zegt en hóé je het zegt. Bij je moedertaal gaat dat tweede vanzelf, dus houd je alle aandacht over voor de inhoud.

In het Frans niet. De vervoeging kost aandacht, het geslacht van een woord kost aandacht, de woordvolgorde kost aandacht. En terwijl je daarmee bezig bent, moet je ook nog weten wat je wilde zeggen.

Het gevolg is voorspelbaar: je valt stil. Niet omdat je het niet weet, maar omdat er te veel tegelijk gevraagd wordt.

En dan komt de verkeerde conclusie: ik kan geen Frans spreken. Terwijl je het probleem eigenlijk aan het beschrijven bent, namelijk dat je de vormen nog niet automatisch hebt.

Automatiseren maakt ruimte vrij

Dat is dus waar de winst zit, en het is geen spreekoefening.

Wat automatisch moet zijn voor je vlot kan praten: de vervoeging van de werkwoorden die je in elk gesprek gebruikt, de standaarduitdrukkingen, en een basis aan woorden die je actief kan ophalen.

Zolang je die dingen bewust moet ophalen, kost elk zinnetje je hele aandacht. Zodra ze automatisch zijn, komt er ruimte vrij en gaat spreken vanzelf beter, zonder dat je één keer geoefend hebt op spreken.

Praktisch: neem twintig werkwoorden die je vaak nodig hebt en oefen ze hardop tot ze zonder nadenken komen. Niet opschrijven, hardop, want het is de mondelinge vorm die je nodig hebt.

Stilte kost meer dan een fout

Dit is het belangrijkste dat je over het examen zelf moet weten.

Een examinator kan een fout beoordelen. Hij kan zien dat je een gedachte probeerde uit te drukken en dat de vorm niet klopte. Daar staat een deel van de punten op.

Stilte kan hij niet beoordelen. Er is niets om punten aan te geven.

Dus: praat door. Als je een woord niet weet, omschrijf het. Als je een tijd niet zeker weet, gebruik er een die je wel zeker weet en herformuleer de zin. Als je vastloopt midden in een zin, begin hem opnieuw.

Dat laatste voelt gênant en het is precies wat moedertaalsprekers de hele dag doen.

De bouwstenen die je overal kan gebruiken

Wat wel de moeite is om uit het hoofd te kennen, zijn de zinnen die in elk gesprek terugkomen. Niet een antwoord, maar het skelet eromheen.

Uitdrukkingen om tijd te winnen: alors, eh bien, je dirais que, comment dire. Die klinken natuurlijk en ze geven je twee seconden om te bedenken wat er komt. Elke vlotte spreker gebruikt ze.

Uitdrukkingen om een mening te geven: à mon avis, je pense que, il me semble que. Uitdrukkingen om iets te nuanceren: par contre, cependant, d'un côté. En om iets te omschrijven wanneer je het woord kwijt bent: c'est une chose qui, c'est quand on.

Tien tot vijftien van die bouwstenen kennen verandert je mondeling meer dan vijftig extra woorden, want ze zijn overal inzetbaar.

Alleen oefenen werkt, mits je het opneemt

Je hebt geen gesprekspartner nodig om vooruit te gaan.

Neem een thema uit je cursus. Zet een timer op twee minuten. Praat, in het Frans, over dat thema. Neem het op met je telefoon. Luister het één keer terug.

De eerste keer is pijnlijk. Je hoort de haperingen, de herhalingen, en de zin die je drie keer opnieuw begon. Dat is de informatie die je nodig hebt en die je tijdens het praten niet hebt.

De vijfde keer merk je dat je twee dingen tegelijk aan het leren was: de woordenschat, en het durven. Dat tweede is op een mondeling minstens de helft.

Doe dit vijf keer voor een mondeling. Niet meer, niet minder.

Uitspraak: een handvol klanken

Perfect klinken is niet het doel en verstaanbaar zijn wel. Er zijn een paar klanken die in het Nederlands niet bestaan en die het meeste verschil maken.

De Franse u, die iets anders is dan de Nederlandse oe. De nasalen, waar de klank door de neus gaat. De r achteraan in de keel. En het feit dat de meeste eindmedeklinkers niet uitgesproken worden, wat leerlingen vaak wel doen.

Daarnaast: de klemtoon ligt in het Frans meestal achteraan in de woordgroep, niet per woord zoals bij ons. Wie dat één keer bewust oefent, klinkt meteen aanzienlijk vlotter, ook met dezelfde woorden.

Een paar minuten per dag hardop nazeggen van een fragment volstaat. Kies iets kort en herhaal het tot het loopt.

Op het mondeling zelf

Bereid drie thema's grondig voor in plaats van tien oppervlakkig. Per thema tien woorden en drie zinnen die je zeker kan gebruiken.

Herhaal de vraag voor je antwoordt. Dat geeft je bedenktijd, het bevestigt dat je de vraag begrepen hebt, en het klinkt beleefd. Drie voordelen voor één zin.

Antwoord in meer dan één zin. Een antwoord van drie woorden geeft de examinator niets om te beoordelen en dwingt hem tot nog een vraag. Voeg er altijd een reden of een voorbeeld aan toe.

Kijk op. Naar beneden praten maakt je moeilijker verstaanbaar en het leest als onzekerheid, ook als je het antwoord kende.

Waarom Vlaamse leerlingen hier extra last van hebben

Dit is de moeite om te benoemen, want het verklaart een deel van de blokkade en het is geen kwestie van talent.

Frans is in Vlaanderen een schoolvak dat je al vanaf het lager onderwijs krijgt, jarenlang, met veel nadruk op correctheid. Er wordt veel geschreven, veel ingevuld, en veel verbeterd op fouten.

Dat levert leerlingen op die na zes jaar een aanzienlijke passieve kennis hebben en een sterk ontwikkeld gevoel dat een fout maken erg is. En precies dat laatste is wat spreken blokkeert, want vlot praten vraagt dat je fouten accepteert terwijl je bezig bent.

Vergelijk het met Engels, waar dezelfde leerlingen vaak vlotter praten met minder schoolse kennis. Het verschil zit niet in de taal maar in hoe ze ermee in aanraking kwamen: Engels via media, waar niemand verbetert, en Frans via de klas, waar iemand dat wel doet.

Het praktische gevolg: je grootste winst zit niet in meer kennis maar in het verlagen van de drempel. Vandaar de nadruk op opnemen en terugluisteren, want daar is niemand die verbetert, en op omschrijven in plaats van zwijgen.

En als je de kans hebt om Frans te gebruiken buiten de klas, in Brussel, op vakantie, of gewoon in een serie zonder ondertitels: doe het. Niet omdat het je grammatica verbetert, maar omdat het de taal iets maakt dat je gebruikt in plaats van iets waarop je beoordeeld wordt.

Tot slot

Spreekvaardigheid is het onderdeel waar de afstand tussen wat je kent en wat je kan tonen het grootst is. Dat is frustrerend, en het betekent ook dat er veel te winnen valt zonder nieuwe leerstof.

Wat het meest oplevert, is niet meer woorden leren maar de woorden die je al hebt actief maken. Daarover staat meer in woordenschat leren, en over de vormen die eronder liggen in passé composé of imparfait.

De volledige diagnose per onderdeel, ook als je niet in een herexamen zit, staat in tweede zit Frans. En gaat het om een mondeling in het algemeen in plaats van om de taal, dan is mondeling examen voorbereiden nuttiger. Wie met iemand wil oefenen: onze docenten geven bijles Frans in het secundair.

Veelgestelde vragen

Hoe oefen ik spreken als ik alleen ben?

Hardop praten tegen een timer en het opnemen met je telefoon. Neem een thema uit je cursus, praat twee minuten, en luister het één keer terug. Dat terugluisteren is het onaangename deel en het is het deel dat werkt, want je hoort meteen waar je blijft haperen.

Wat als ik een woord niet weet tijdens het examen?

Omschrijf het. Dat is geen zwaktebod maar precies wat een taalgebruiker doet, en examinatoren zien het zo. Blijven zwijgen tot het juiste woord komt, is het enige dat echt punten kost, want stilte kan niet beoordeeld worden en een omschrijving wel.

Telt mijn accent mee?

Veel minder dan leerlingen vrezen. Wat wel telt is verstaanbaarheid, en dan vooral de klanken die in het Nederlands niet bestaan. Een paar daarvan gericht oefenen levert meer op dan proberen te klinken als een moedertaalspreker, wat sowieso niet het doel is.

Moet ik mijn antwoord uit het hoofd leren?

Beter niet woordelijk. Een uit het hoofd geleerd antwoord klinkt vlak en stort in zodra de examinator een vervolgvraag stelt die je niet voorzien had. Leer in plaats daarvan bouwstenen: tien zinnen die je in elk gesprek kan gebruiken, en per thema vijf woorden.

Helpt bijles voor spreekvaardigheid?

Hier meer dan bij eender welk ander onderdeel, om een simpele reden: spreken oefen je met iemand. Wat je alleen kan doen, is uitspraak en vlotheid trainen; wat je alleen niet kan, is reageren op een vraag die je niet zag aankomen.