Terug naar de blog
Franstweede zitherexamensecundair onderwijsstudiemethodeVlaanderen

Tweede zit Frans: waarom het vak breekt, en hoe je het herstelt

Louis Vanhove8 min lezen

Ik ga niet doen alsof een tweede zit normaal is. We zijn ze in Vlaanderen zo gewoon gaan vinden dat sommige leerlingen er in oktober al mee rekenen, en dat is precies wat het jaar zwaar maakt. Een tweede zit is een reparatie, geen plan.

Maar je zit er nu wel mee, en je gaat dit halen. Dus laten we naar het vak zelf kijken, want Frans breekt anders dan wiskunde.

Bij wiskunde kan je meestal het hoofdstuk aanwijzen waar het misging. Afgeleiden, of limieten, of goniometrie. Bij Frans lukt dat bijna nooit. Leerlingen zeggen "ik ben gewoon slecht in Frans", en dat klopt zelden. Wat er meestal aan de hand is: drie of vier kleine dingen zijn nooit automatisch geworden, en omdat élke oefening erop steunt, lijkt het alsof het hele vak stuk is.

Frans stapelt op, en dat is de hele moeilijkheid

Wiskunde stapelt ook op, maar daar is het zichtbaar. Je merkt dat je vastloopt op integralen omdat je afgeleiden niet beheerst.

Bij Frans is het onzichtbaar. De passé composé leer je in het tweede jaar. In het vijfde jaar staat die in zowat elke zin van elke tekst, maar niemand noemt hem nog. Als hij bij jou nooit automatisch geworden is, dan kost elke zin je een halve seconde extra denkwerk. Op een leestekst van twee bladzijden is dat je hele tijdsbudget, en dan lijkt het alsof tekstbegrip je probleem is.

Het is niet tekstbegrip. Het is een werkwoordstijd van vier jaar geleden.

Dat is de reden dat "het hele jaar opnieuw doen" bij Frans zo slecht werkt. Je herhaalt dan de leerstof van dit jaar, bovenop een gat dat je niet gedicht hebt.

Zoek eerst uit welke van de drie het is

In vier jaar tutoring heb ik zowat elke variant van "ik ben slecht in Frans" gezien, en in de praktijk valt het bijna altijd in één van drie categorieën.

Woordenschat die je passief kent. Je herkent een woord als je het ziet staan, maar je vindt het niet terug als je het zelf moet gebruiken. Dat voelt als kennen, en op een examen is het dat niet. Test het simpel: dek de Franse kolom af en werk van het Nederlands naar het Frans. Niet omgekeerd. Wie dat één keer eerlijk doet, schrikt meestal.

Werkwoorden die je kan opzeggen maar niet kan inzetten. Je kan de rij van de imparfait perfect afdreunen. Maar in een oefening waar je moet kiezen tussen passé composé en imparfait, gok je. Dat is geen kennisprobleem, dat is een keuzeprobleem, en het vraagt een ander soort oefening.

Grammatica als regels in plaats van als gewoontes. De voornaamwoorden zijn hier de klassieker. Je kent de regel voor de plaats van een COD en een COI, je kan ze zelfs uitleggen, en onder tijdsdruk zet je ze toch verkeerd. Ook y en en horen in deze categorie, samen met de akkoorden van het participe passé.

Doe deze test voor je één uur studeert. Neem een oude toets terug, of een oefening uit je handboek, en categoriseer elke fout in één van die drie. Niet per oefening, maar per soort. Vier fouten die allemaal over de keuze tussen twee verleden tijden gaan, zijn één probleem en geen vier.

Wat ik zelf fout deed, en waarom ik het hier vermeld

Een tijd geleden kwam er een leerling bij me voor goniometrische identiteiten. Ik had die vijf jaar niet aangeraakt en kon de oefeningen zelf niet meer behoorlijk maken. Ik heb die les terugbetaald, want wat ik aan het doen was, was oppervlakkig en dat is niet wat die leerling nodig had.

Ik vertel dat omdat het bij talen nog vaker misgaat, en subtieler. "Goed in Frans" betekent niet automatisch dat iemand jouw niveau kan aanpakken. Iemand die vlot Frans spreekt, kan een tweedejaars prima helpen en tegelijk geen idee hebben hoe hij de subjonctif in een zesde jaar moet uitleggen. Vraag altijd naar het niveau, niet naar het vak.

Vier weken die wel werken

De opbouw hieronder gaat uit van ongeveer een uur per dag. Meer is niet beter bij talen. Vaker is beter.

Week 1, dichten wat eronder zit. Alleen de categorie waar je test op uitkwam. Bij woordenschat: elke dag twintig minuten, altijd van het Nederlands naar het Frans, altijd hardop. Bij werkwoorden: niet rijtjes, maar zinnen waarin je moet kiezen. Bij voornaamwoorden: tien zinnen per dag omzetten, meer niet.

Voelt dit als achteruitgaan? Ja. Doe het toch. Elke oefening kost je nu te veel hoofdruimte aan dingen die vanzelf zouden moeten gaan.

Week 2, terug naar de leerstof van dit jaar. Nu pas. Werk per hoofdstuk, en maak na elk hoofdstuk vijf oefeningen zonder je cursus erbij. Als je die niet kan maken, is het hoofdstuk niet af, hoe vaak je het ook gelezen hebt.

Week 3, examenvorm. Zoek oude examens of de oefeningen achteraan je handboek, en maak ze op tijd. Niet met de cursus open. Dit is het moment waarop de meeste mensen ontdekken dat ze de leerstof kennen en het examen niet kunnen, wat twee verschillende dingen zijn.

Week 4, herhalen en spreken. Verdeel je woordenschat over de dagen in plaats van alles nog eens door te nemen. Wie een mondeling heeft, oefent nu hardop, opgenomen, en luistert het terug. Dat laatste is vervelend. Het is ook het enige dat je laat horen waar je vastloopt.

Het onderdeel dat iedereen overslaat

Spreekvaardigheid. Bijna niemand oefent het, en op een mondeling weegt het zwaar.

Je hebt er geen gesprekspartner voor nodig. Neem een thema uit je cursus, zet een timer op twee minuten, en praat. Hardop, in het Frans, over dat thema. Neem het op. Luister het één keer terug.

De eerste keer is het pijnlijk. De vijfde keer merk je dat je twee dingen tegelijk aan het leren was: de woordenschat, en het durven. Dat tweede is op een mondeling minstens de helft van je punten.

Op het examen zelf verlies je punten aan andere dingen

Een tweede zit Frans bestaat meestal uit vier onderdelen, en ze belonen elk iets anders. Wie ze allemaal op dezelfde manier aanpakt, laat punten liggen die niets met kennis te maken hebben.

Leesvaardigheid. Lees eerst de vragen, dan pas de tekst. Dat klinkt als een trucje en het is het verschil tussen gericht zoeken en twee keer een hele tekst doorworstelen. Je hoeft ook niet elk woord te begrijpen. Bij een onbekend woord kijk je naar de zin eromheen en naar of het woord op iets Nederlands of Engels lijkt, wat bij Frans verrassend vaak opgaat.

Luistervaardigheid. Je krijgt het fragment meestal twee keer. Gebruik de eerste keer om te begrijpen waar het over gaat, niet om al te antwoorden. De tweede keer vul je in. Wie meteen begint te schrijven, mist de rest terwijl hij aan het schrijven is.

Schrijfopdracht. Hier wordt het vaakst onnodig verloren. Punten gaan naar correcte werkwoordsvormen, naar variatie in woordenschat, en naar structuur. Ze gaan niet naar lengte. Schrijf liever tien zinnen die kloppen dan twintig waarvan de helft gokwerk is. En gebruik bewust de tijden die je geoefend hebt, ook als een simpelere zin ook had gekund: een correcte imparfait die je zelf koos, telt.

Mondeling. Stilte kost meer dan een fout. Wie twijfelt over een woord, omschrijft het gewoon. Dat is geen zwaktebod, het is precies wat een taalgebruiker doet, en examinatoren zien het zo. Blijven zwijgen tot het juiste woord komt, is het enige dat echt punten kost.

Wanneer je er zelf niet uitkomt

Alles hierboven kan je alleen. Waar het meestal misloopt is stap één: uitzoeken wélke van de drie categorieën jouw probleem is. De fout die je niet ziet, is per definitie de fout die je niet ziet, en dat is bij een taal lastiger dan bij wiskunde omdat er geen fout antwoord op je blad staat, alleen een zin die net niet klopt.

Dat is ook precies wat een uur bijles wel kan doen: iemand laat je een oefening maken en luistert waar je redenering afslaat. Onze docenten geven bijles Frans aan leerlingen in het secundair, en helpen ook tijdens de tweede zit. Voor de meeste leerlingen zijn dat trouwens geen tien lessen. Twee of drie op het juiste moment doen meer dan wekelijkse bijles vanaf oktober.

En daarna: de echte winst zit niet in deze tweede zit halen. Ze zit in volgend jaar geen tweede zit hebben. Frans is een vak waar twintig minuten per week het hele jaar door meer opleveren dan vier weken in augustus, elk jaar opnieuw.

Meer over de aanpak in het algemeen staat in herexamen of tweede zit voorbereiden. Zit je ook met wiskunde, dan staat het plan daarvoor in herexamen wiskunde halen. En er staat meer gratis oefenmateriaal online dan de meeste leerlingen weten: dat verzamelden we in 10 gratis hulpmiddelen voor je herexamen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tijd heb ik nodig voor een tweede zit Frans?

Reken op drie tot vier weken van ongeveer een uur per dag, niet op twee lange weken vlak voor het examen. Frans is een vak dat leunt op herhaling over tijd. Vijf keer twintig minuten woordenschat verspreid over een week levert meer op dan één blok van twee uur, en dat verschil is bij talen groter dan bij eender welk ander vak.

Moet ik het hele jaar opnieuw doen?

Nee, en dat is meestal net de fout. Een tweede zit Frans gaat bijna altijd over een beperkt aantal dingen die niet automatisch geworden zijn: een stuk of vier werkwoordstijden, de voornaamwoorden, en woordenschat die je passief herkent maar niet actief kan produceren. Zoek eerst uit welke van die drie het bij jou is.

Wat als mijn achterstand al van het derde jaar komt?

Dan begin je daar, ook al voelt dat als achteruitgaan terwijl het examen dichterbij komt. Frans stapelt op: de passé composé van het tweede jaar zit in elke tekst van het vijfde. Twee dagen besteden aan een oude basis is bijna altijd sneller dan vier weken worstelen met leerstof die op die basis steunt.

Hoe oefen ik spreekvaardigheid als ik alleen zit?

Hardop antwoorden op je eigen leerstof, met een timer. Neem het op met je telefoon en luister het één keer terug. Dat laatste is het onaangename deel en het is ook het deel dat werkt, want je hoort meteen waar je blijft haperen. Wie een mondeling heeft, moet dit minstens vijf keer gedaan hebben voor de dag zelf.

Helpt bijles Frans bij een tweede zit?

Het helpt vooral bij het eerste stuk: uitzoeken waar het precies misloopt. Dat is moeilijk om bij jezelf te doen, want de fout die je niet ziet is per definitie de fout die je niet ziet. Vraag een bijlesgever wel expliciet naar ervaring met het niveau waar jij zit, niet enkel naar 'Frans'.