Terug naar de blog
Engelstweede zitherexamensecundair onderwijsgrammaticaVlaanderen

Tweede zit Engels: vlot Engels spreken en toch buizen

Louis Vanhove8 min lezen

Engels is het enige vak waar leerlingen mij vertellen dat ze het niet snappen dat ze gebuisd zijn. Bij wiskunde weten ze het meestal wel. Bij Engels niet, want ze kijken series zonder ondertitels, ze gamen in het Engels, ze lezen Engelse handleidingen zonder problemen.

En toch klopt het allebei. Het gat tussen "ik versta alles" en "ik schrijf dit correct" is bij Engels groter dan bij welke andere taal ook, precies omdat je er zoveel van meekrijgt buiten de les.

Je hebt de taal geleerd op de manier die het minst getest wordt

Wie Engels oppikt via media, bouwt drie dingen op: een enorme passieve woordenschat, een goed gevoel voor wat natuurlijk klinkt, en een informeel register.

Een examen test daar bijna niets van. Het test of je een formele brief kan schrijven, of je weet wanneer je present perfect gebruikt in plaats van past simple, of je een tekst kan samenvatten zonder ondertussen zelf woorden te verzinnen, en of je correct spelt.

Dat is geen toeval of pesterij. Het is precies het deel dat je niet automatisch oppikt, dus het is ook het deel dat een school moet aanleren en dus toetsen.

Het vervelende gevolg: je gevoel voor de taal, dat bij alles buiten de school je beste gereedschap is, is op een examen soms je slechtste. Je schrijft iets omdat het goed klinkt, en het klinkt goed omdat je het duizend keer gehoord hebt in een informele context.

De vier grammaticapunten waar het echt om draait

Ik ga geen volledige grammatica opsommen. In de praktijk zit het grootste deel van de punten in vier dingen.

Present perfect tegenover past simple. De klassieker, en voor Nederlandstaligen extra lastig omdat het Nederlands die grens anders trekt. De vuistregel die werkt: als er een afgesloten moment in het verleden bij staat, of impliciet bij hoort, dan is het past simple. Als het gaat om iets dat doorloopt tot nu of waarvan het moment er niet toe doet, dan present perfect. "I lived in Gent for three years" en "I have lived in Gent for three years" zeggen iets verschillends over of je er nu nog woont.

Voorwaardelijke zinnen. Drie types en de meeste leerlingen halen het tweede en het derde door elkaar. Het tweede gaat over iets onwaarschijnlijks nu, het derde over iets dat niet meer kan omdat het verleden is. Wie ze mechanisch leert als formules met "would" en "had", maakt fouten zodra de zin omgedraaid wordt.

De passieve vorm. Op zich niet moeilijk, maar examens vragen hem graag in een tijd waar je hem nooit gebruikt, zoals de present perfect passive. Oefen de omzetting actief naar passief in verschillende tijden, tien zinnen, en het is opgelost.

Betrekkelijke voornaamwoorden. Who, which, that, whose, en wanneer je ze mag weglaten. Dit levert bijna gratis punten op omdat het te leren is in een half uur en toch systematisch fout gaat.

Woordenschat: van herkennen naar gebruiken

Je woordenschat is waarschijnlijk groot. Het probleem is dat ze passief is.

Test het zoals bij elke taal: dek de Engelse kolom af en werk van het Nederlands naar het Engels. Niet omgekeerd, want omgekeerd voelt alles bekend. De eerste keer schrikken de meeste leerlingen, ook de leerlingen die vlot Engels spreken, want vlot spreken doe je met de vijfhonderd woorden die je altijd gebruikt.

Voor een examen heb je daarbovenop nog iets nodig: het formele register. Maak een lijst van tien paren, je eigen woord naast de formele variant. Get wordt receive. A lot of wordt a significant number of. Kids wordt children. Don't wordt do not, want samentrekkingen horen niet in een formele tekst.

Tien zulke paren veranderen de toon van je hele schrijfopdracht, en toon is een aanzienlijk deel van de punten.

Twee tot drie weken

Week 1, grammatica gericht. Alleen de vier punten hierboven, plus wat op je verbeterde examen fout stond. Elke dag tien zinnen omzetten of aanvullen, met de oplossing ernaast. Geen theorie lezen, alleen oefeningen maken en nakijken.

Week 2, schrijven. Drie volledige schrijfopdrachten, elk in de vorm die je examen vraagt: een brief, een essay, een verslag. Schrijf ze op tijd. Laat ze nakijken door iemand die je patroonfouten kan aanwijzen, want dat is het enige stuk dat je alleen niet kan.

Week 3, examenvorm en spreken. Oude examens, en als je een mondeling hebt: hardop oefenen, opgenomen, terugluisteren. Bij Engels voelt dat minder eng dan bij Frans, en juist daardoor slaan leerlingen het over. Doe het toch, want een mondeling Engels test structuur en register, niet vlotheid, en dat merk je pas als je jezelf terughoort.

Op het examen zelf

Bij tekstbegrip: antwoord in je eigen woorden waar dat gevraagd wordt. Letterlijk overschrijven uit de tekst is de meest voorkomende reden dat een inhoudelijk juist antwoord toch geen punten krijgt.

Bij de schrijfopdracht: hou vijf minuten over om na te lezen, en lees dan gericht op één ding tegelijk. Eerst alle werkwoordstijden. Dan alle meervouden en de derde persoon enkelvoud, waar de -s systematisch sneuvelt. Dan de spelling van woorden waar je twijfelde. Alles tegelijk nalezen betekent in de praktijk niets nalezen.

En hou je zinnen kort. Wie in het Engels lange zinnen bouwt met veel bijzinnen, maakt meer fouten en wint er niets mee. Correcte korte zinnen scoren beter dan ambitieuze lange zinnen die halverwege ontsporen.

Lees- en luistervaardigheid: waar je voorsprong wél telt

Dit zijn de onderdelen waar je media-Engels echt helpt, en toch verliezen leerlingen er punten door één gewoonte: te snel antwoorden omdat het makkelijk voelt.

Bij leesvaardigheid wordt vaak gevraagd naar de bedoeling van de auteur, naar de toon, of naar wat er geïmpliceerd wordt zonder dat het er staat. Dat zijn precies de vragen waar "ik begreep de tekst" niet volstaat. Onderstreep bij zulke vragen het woord in de tekst waarop je je antwoord baseert. Als je dat woord niet kan aanwijzen, is je antwoord een indruk en geen antwoord.

Bij luistervaardigheid is de valkuil dat je het fragment begrijpt en dan een detail mist. Getallen, namen en tijdstippen zijn waar het misgaat, omdat je erdoorheen luistert terwijl je de grote lijn volgt. Noteer die tijdens het eerste beluisteren apart, ook als je nog niet weet of je ze nodig hebt.

Wat je uit series en games wél overhoudt

Ik wil dit niet wegzetten als waardeloos, want dat is het niet. Wie veel Engelstalige media consumeert, heeft drie echte voordelen, en het loont om ze bewust in te zetten.

Je hoort meteen wanneer iets niet natuurlijk klinkt. Dat is bij het nalezen van je schrijfwerk goud waard, zolang je het gebruikt om te twijfelen en niet om te beslissen. Klinkt een zin raar, dan is er meestal iets mis, ook al kan je niet zeggen wat.

Je woordenschat is breder dan die van de gemiddelde leerling, en breed is precies wat een schrijfopdracht beloont. Het punt is alleen dat je die woorden actief moet kunnen ophalen en niet alleen herkennen.

En je hebt geen angst voor de taal. Op een mondeling is dat de helft van het werk, want de leerlingen die daar vastlopen zijn zelden degenen die te weinig woorden kennen. Ze zijn degenen die stilvallen omdat ze bang zijn een fout te maken.

Wat ik ervan denk

Engels is het vak waar het verschil tussen "ik ken dit" en "ik kan dit reproduceren" het duidelijkst zichtbaar is, en het is ook het vak waar leerlingen het langst blijven geloven dat ze het kennen. Dat is begrijpelijk. Je gebruikt de taal elke dag met succes.

Maar een examen is geen test van of je je redt. Het is een test van of je het correct doet, onder tijdsdruk, in een register dat je nooit gebruikt. Dat is een aparte vaardigheid en ze is aanleerbaar in een paar weken, wat bij de meeste vakken niet zo is.

En over de tweede zit zelf: je gaat dit halen, en ik ga niet doen alsof het erbij hoort. We zijn de tweede zit in Vlaanderen zo gewoon gaan vinden dat leerlingen er halverwege het jaar al mee rekenen, en dat is precies wat het jaar zwaar maakt. Een tweede zit is een reparatie, geen plan.

Waar het bij Engels alleen studeren vastloopt, is de correctie. Je patroonfouten maak je op gevoel, en je gevoel is net wat je niet kan gebruiken om ze te vinden. Onze docenten geven bijles Engels in het secundair en kijken schrijfwerk na, ook tijdens de tweede zit.

De algemene aanpak staat in herexamen of tweede zit voorbereiden. Een uitgebreidere gids over het vak zelf staat in bijles Engels online. En gratis oefenmateriaal verzamelden we in 10 gratis hulpmiddelen voor je herexamen.

Veelgestelde vragen

Ik spreek vlot Engels. Waarom ben ik gebuisd?

Omdat een examen Engels niet test of je je verstaanbaar maakt, maar of je correct en formeel kan schrijven. Wie zijn Engels van series, games en YouTube heeft, bouwt een grote passieve woordenschat en een informeel register op. Precies de twee dingen die op een examen het minst gevraagd worden, en de spelling en tijdenkennis die wel gevraagd worden, pik je daar niet op.

Welke grammatica moet ik echt kennen?

In de praktijk vallen de meeste punten op een handvol dingen: het verschil tussen present perfect en past simple, de voorwaardelijke zinnen, de passieve vorm, en de betrekkelijke voornaamwoorden. Wie die vier vastheeft, dekt het grootste deel van wat er op een Vlaams examen Engels aan grammatica gevraagd wordt.

Hoe leer ik formeel schrijven als ik alleen informeel Engels ken?

Door bewust te vervangen. Maak een lijstje van je eigen standaarduitdrukkingen en zoek de formele tegenhanger op: 'get' wordt 'receive' of 'obtain', 'a lot of' wordt 'a significant number of', samentrekkingen als 'don't' worden voluit geschreven. Tien zulke paren kennen verandert de toon van je hele tekst.

Hoeveel tijd heb ik nodig voor een tweede zit Engels?

Twee tot drie weken van ongeveer een uur per dag volstaat meestal, omdat je basis waarschijnlijk beter is dan je punten suggereren. De tijd gaat vooral naar het omzetten van passieve kennis naar actieve, en naar de spelling- en tijdenregels die je nooit expliciet geleerd hebt omdat je ze op gevoel deed.

Helpt bijles Engels als ik de taal al goed begrijp?

Vaak wel, en om een andere reden dan bij andere vakken. Het nut zit niet in uitleg maar in correctie: iemand die je schrijfwerk nakijkt en je patroonfouten aanwijst. Die fouten zijn hardnekkig omdat ze op gevoel gemaakt worden, en je eigen gevoel is precies wat je niet kan gebruiken om ze te vinden.