Terug naar de blog
Genthoger onderwijseerste jaarUGentop kotVlaanderen

Studeren in Gent: wat het eerste jaar echt van je vraagt

Louis Vanhove7 min lezen

Gent is een van de grootste studentensteden van Vlaanderen. Tussen de universiteit, de hogescholen en alles eromheen zijn er in het najaar tienduizenden mensen die voor het eerst alleen wonen en voor het eerst studeren zonder dat iemand meekijkt.

Dat tweede is het stuk waar dit artikel over gaat, want het eerste jaar is geen zwaarder secundair. Het werkt anders, en dat verschil kost elk jaar veel eerstejaars hun eerste zit.

Niemand kijkt meer over je schouder

In het secundair was er structuur van buitenaf. Dagelijkse taken, toetsen verspreid over het jaar, een leerkracht die merkte wanneer je afhaakte, ouders die je punten zagen.

Dat valt in september volledig weg. Je kan drie weken niet naar de les gaan en er gebeurt niets. Je kan een hoofdstuk overslaan en niemand vraagt ernaar. Het eerste officiële moment waarop iemand vaststelt dat er iets misging, is je examen.

Daar zit meteen het probleem: dat moment ligt in januari, en het gat dat je dan tegenkomt, ontstond in oktober.

Het gat ontstaat in oktober

Dit is de belangrijkste praktische zin van dit artikel.

De meeste studenten die hun eerste jaar niet halen, hadden hun probleem al in de eerste weken. Ze merkten het niet, want er was geen toets die het zichtbaar maakte. In november wordt het onaangenaam, in december onhandelbaar, en in januari is het te laat om nog iets te doen aan de leerstof van september.

De test die je hiertegen beschermt, kost tien minuten per week: kan je een oefening uit het hoorcollege van deze week zelfstandig maken, twee dagen later, zonder je notities?

Kan je dat niet, dan heb je geen tijdsprobleem maar een begripsprobleem. Dat wordt niet vanzelf beter, want de volgende week bouwt erop verder.

Hoorcolleges volgen is een vaardigheid

Een aula van driehonderd mensen is een ander leerformaat dan een klas van twintig, en niemand legt uit hoe je erin werkt.

Wat de meeste eerstejaars doen: alles letterlijk overtypen. Dat voelt productief en het is grotendeels transcriptiewerk, want je denkt niet mee terwijl je typt.

Wat beter werkt: schrijf minder op en denk meer mee. Noteer vooral wat de docent zegt en wat niet op de slides staat, want dat is precies wat je later nergens terugvindt. Zet een vraagteken bij wat je niet volgde, en zoek dat diezelfde dag uit.

En als je merkt dat je een hele les niets begreep: dat is bijna nooit tempo. Dat is een voorkennisgat, iets dat verondersteld werd en dat jij nooit gezien hebt. Die zijn opspoorbaar, maar niet door de opname nog eens te beluisteren.

Op kot: wat je wint en wat je verliest

Wat je wint is duidelijk: geen pendeltijd, dicht bij je lokalen, en je kan 's avonds in de bibliotheek blijven zonder een trein te halen.

Wat je verliest is minder zichtbaar. Alle externe structuur verdwijnt tegelijk. Niemand weet wanneer je thuiskomt, of je gegeten hebt, of je geslapen hebt. Voor sommige mensen is dat bevrijdend en werkt het meteen. Voor anderen zakt het ritme weg in de eerste maand, en dat is zelden een kwestie van luiheid: het is gewoon wat er gebeurt als je van volledige structuur naar geen structuur gaat.

Wat helpt is banaal en het werkt. Een vast opstauur, ook op dagen zonder les in de ochtend. Eén vaste plek waar je studeert en die niet je bed is. En minstens één afspraak per week waar iemand je verwacht, want dat is de goedkoopste vorm van structuur die er bestaat.

Blokken in Gent

Naast de bibliotheken van je eigen instelling openen de stad en de hogeronderwijsinstellingen tijdens de examenperiodes extra blokplekken. Het aanbod en de uren verschillen per periode, dus kijk het na op de site van je instelling en van de stad wanneer het zover is.

De reden om er gebruik van te maken is niet de tafel. Het is dat iedereen om je heen werkt, en dat de verplaatsing een begin markeert. Wie thuis blokt, moet elke ochtend opnieuw beslissen om te beginnen. Wie ergens naartoe gaat, heeft die beslissing al genomen toen hij zijn jas aandeed.

Ga naar dezelfde plek op hetzelfde uur. Routine kost minder wilskracht dan elke dag opnieuw kiezen, en in de derde week van een blok is wilskracht het schaarse goed.

De struikelvakken zijn voorspelbaar

Per richting zijn het meestal dezelfde vakken, en dat is goed nieuws: je weet vooraf waar je moet opletten.

Bij de ingenieurs- en wetenschapsrichtingen zijn dat analyse, lineaire algebra en mechanica. Bij informatica is het algoritmen en datastructuren, waar studenten die vlot programmeren ontdekken dat programmeren en algoritmisch denken twee verschillende dingen zijn.

Bij psychologie en de pedagogische wetenschappen is het bijna altijd statistiek en onderzoeksmethoden. Dat verrast studenten die voor mensen kozen en rekenwerk terugkrijgen, en het is het vak dat het vaakst een eerste jaar kost.

Bij economie is het wiskunde voor economen, bij geneeskunde het volume van anatomie en fysiologie samen, en bij rechten de omslag naar juridisch redeneren in burgerlijk recht.

Het gratis aanbod dat bijna niemand gebruikt

Voor je iets betaalt, is het de moeite om te weten wat er al voor je klaarstaat.

Vrijwel elke Vlaamse hogeronderwijsinstelling heeft een vorm van monitoraat of studiebegeleiding: assistenten of medewerkers bij wie je met vakinhoudelijke vragen terechtkan. Daarnaast is er meestal een studietrajectbegeleider voor alles wat met je programma, je studiepunten en je traject te maken heeft, en een dienst studieadvies voor studiemethode.

Het aanbod verschilt per instelling en per faculteit, dus kijk na wat er voor jouw opleiding bestaat. Wat overal geldt: het is inbegrepen in wat je al betaalt, en het wordt structureel onderbenut.

De reden is bijna altijd dezelfde. Je moet zelf de eerste mail sturen, en die eerste mail is precies de drempel. Er komt niemand naar je toe, en er is geen moment waarop het vanzelf gebeurt.

Eén praktisch voordeel dat weinig studenten beseffen: het monitoraat werkt meestal los van de professor die je quoteert. Je kan er dus eerlijk zeggen wat je niet begrijpt zonder dat het gevolgen heeft voor je punten.

Stuur die mail in oktober, niet in december. In oktober heb je een vraag; in december heb je een probleem.

Wat het kost als je hulp zoekt

Om het concreet te maken, want daar wordt zelden helder over gedaan.

Bij ons ligt de mediaan van wat een student per uur betaalt rond de 25 euro, all-in. Dat is inclusief onze vaste vergoeding van 5 euro per uur bovenop het tarief van de docent, dus het bedrag dat je ziet is het bedrag dat je betaalt. Voor de meeste vakken ligt het tussen ongeveer 20 en 32 euro; voor vakken als statistiek en programmeren ligt de mediaan wat hoger, rond de 30.

En het gaat meestal niet om een heel semester. Voor een specifiek gat volstaan vaak twee of drie sessies, zeker als je er vroeg bij bent.

Wat ik zou doen in oktober

Één gewoonte, en ze kost twintig minuten per college.

Verwerk elk hoorcollege binnen 48 uur. Maak de oefening opnieuw zonder notities. Wat niet lukt, schrijf je op als vraag.

Die vragenlijst is je echte studeerwerk. In oktober zijn de antwoorden gratis: je stelt ze in de les, aan een medestudent, op het monitoraat, of in een uur bijles. In januari kosten dezelfde vragen je een examen.

Toen ik zelf wiskundebijles nodig had, deed mijn bijlesgever precies dat: hij legde niet uit, hij liet me werken en zocht waar mijn redenering afsloeg. Dat is het enige deel dat je alleen moeilijk doet, want de fout die je niet ziet, is per definitie de fout die je niet ziet.

Per vak staan de struikelblokken en de examenvorm op een rij bij de eerstejaarsvakken. Wie liever eerst breder leest: je eerste jaar aan de unief en, voor de examenperiode, blokken in het hoger onderwijs. Zoek je iemand in de buurt, dan staat het overzicht op bijles in Gent.

Zoek je bijles in Gent zelf, dan staan de praktische kanten daarvan, van tarieven tot online werken vanuit je kot, in bijles in Gent.

Veelgestelde vragen

Wat is het grootste verschil tussen het secundair en studeren in Gent?

Dat niemand meer controleert of je meekomt. Er is geen dagelijkse taak, geen leerkracht die merkt dat je afhaakt, en geen ouder die je agenda ziet. Het eerste officiële moment waarop iemand vaststelt dat het misgaat, is je examen in januari, en dan is het gat meestal al drie maanden oud.

Hoeveel tijd kost studeren naast de lessen?

Dat verschilt sterk per opleiding, maar de vuistregel die klopt voor de meeste eerstejaars: reken op minstens evenveel tijd voor verwerking als voor contacturen. Wie alleen naar de les gaat en de rest naar de blok schuift, moet in januari begrijpen én instuderen tegelijk, en dat is de zwaarste combinatie die er is.

Is op kot gaan een voordeel of een nadeel voor je studies?

Allebei, en het hangt van je structuur af. Je verliest pendeltijd en je zit dicht bij je studieplek, wat helpt. Je verliest ook alle externe structuur: niemand die weet wanneer je thuiskomt, kookt of slaapt. Wie dat zelf invult, heeft een voordeel. Wie erop wacht dat het vanzelf komt, meestal niet.

Waar kan je in Gent blokken?

Naast de bibliotheken van je eigen instelling zetten de stad en de hogeronderwijsinstellingen tijdens de examenperiodes extra blokplekken open. Kijk het na op de site van je instelling en van de stad, want het aanbod en de openingsuren verschillen per periode. Een vaste plek en een vast uur schelen elke dag één beslissing.

Wanneer moet ik hulp zoeken als het niet lukt?

Zodra je een oefening uit het hoorcollege van deze week twee dagen later niet zelfstandig kan maken. Dat is meestal in oktober, en het is aanzienlijk vroeger dan het moment waarop de meeste studenten aan hulp denken. In januari is hetzelfde gat veel duurder geworden.