Op de uitslagdag kijken de meeste leerlingen eerst naar hun eindcijfers. Staan daar genoeg zessen, dan lijkt het in orde.
Er is alleen één regel die je eindcijfers niet laten zien: het gemiddelde van alleen je centrale examens, en daar wordt niet afgerond. Dit stuk legt die regel uit, zet de hele slaag-zakregeling voor havo en vwo op een rij, en rekent een paar gevallen door die op de grens liggen.
Snel antwoord: Je bent geslaagd voor havo of vwo als het gemiddelde van je centraal-examencijfers onafgerond minstens 5,5 is, je voor Nederlands, Engels en wiskunde hoogstens één 5 hebt, geen eindcijfer lager is dan een 4, je onvoldoendes binnen de toegestane combinaties blijven en lichamelijke opvoeding voldoende of goed is.
De regels hieronder komen van examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens, en van de pagina's van de Rijksoverheid voor havo en vwo. Voor examenjaar 2027 staan op examenblad dezelfde voorwaarden als voor 2026. Vmbo heeft een eigen regeling en valt buiten dit stuk.
Wat is de 5,5-regel bij het eindexamen?
Het gemiddelde van al je centraal-examencijfers moet minstens 5,5 zijn, en examenblad zegt er uitdrukkelijk bij: onafgerond. Een 5,49 is geen 5,5.
Het belangrijke woord is centraal. Je schoolexamencijfers, die in je eindcijfer voor de helft meetellen, spelen bij deze regel geen rol. Een sterk schoolexamen kan een zwak centraal examen dus niet redden.
Een voorbeeld met zeven vakken:
| Vak | CE-cijfer |
|---|---|
| Nederlands | 6,1 |
| Engels | 5,3 |
| Wiskunde | 4,9 |
| Vak 4 | 5,8 |
| Vak 5 | 5,6 |
| Vak 6 | 5,2 |
| Vak 7 | 5,5 |
Samen is dat 38,4, gedeeld door zeven is 5,486. Gezakt. Stel dat deze leerling een 7 of hoger haalde voor elk schoolexamen: dan staan er overal zessen of beter op de eindlijst, en toch is de uitslag gezakt. Daarom rekenen leerlingen die op de grens zitten dit gemiddelde best zelf uit, los van hun eindcijfers.
Wanneer ben je geslaagd voor havo of vwo?
Je moet aan alle voorwaarden tegelijk voldoen:
- CE-gemiddelde: onafgerond 5,5 of hoger.
- Kernvakken: voor Nederlands, Engels en wiskunde hoogstens één 5 als eindcijfer. De andere kernvakken moeten 6 of hoger zijn.
- Laagste cijfer: geen eindcijfer lager dan een 4.
- Onvoldoendes: binnen de combinaties in de tabel hieronder.
- Lichamelijke opvoeding: voldoende of goed.
- Profiel: je vakkencombinatie voldoet aan de profieleisen.
Voor voorwaarde 4 geeft de Rijksoverheid deze combinaties:
| Je onvoldoendes als eindcijfer | Geslaagd als |
|---|---|
| Geen | Al je eindcijfers 6 of hoger |
| Eén 5 | Al je andere eindcijfers 6 of hoger |
| Eén 4 | Al je andere eindcijfers 6 of hoger, en je gemiddelde eindcijfer minstens 6,0 |
| Twee keer een 5, of een 5 en een 4 | Al je andere eindcijfers 6 of hoger, en je gemiddelde eindcijfer minstens 6,0 |
Alles daarbuiten, zoals twee keer een 4, drie onvoldoendes of een 3, betekent gezakt. Voor het combinatiecijfer geldt nog een aparte regel: geen van de vakken die erin zitten mag lager zijn dan een 4, en het combinatiecijfer zelf ook niet.
Hoe wordt je eindcijfer per vak berekend?
Het eindcijfer is het gemiddelde van je schoolexamencijfer en je centraal-examencijfer, afgerond op een heel getal. Artikel 3.32 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 zegt precies hoe: is het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager, dan gaat het naar beneden, bij een 5 of hoger naar boven.
Dat klinkt vanzelfsprekend, tot je het tweede cijfer achter de komma tegenkomt:
| Schoolexamen | Centraal examen | Gemiddelde | Eindcijfer |
|---|---|---|---|
| 6,4 | 4,5 | 5,45 | 5 |
| 6,4 | 4,6 | 5,5 | 6 |
| 5,3 | 5,6 | 5,45 | 5 |
Een 5,45 wordt een 5. Er wordt niet eerst naar 5,5 afgerond en daarna naar 6. Een tiende op je centraal examen is hier het verschil tussen een onvoldoende en een voldoende, en dat telt dan weer mee in de tabel hierboven.
Hoe je centraal-examencijfer zelf tot stand komt, met de N-term die op de uitslagdag bekend wordt, staat in onze gids over het centraal examen.
Welke rol spelen de kernvakken?
Nederlands, Engels en wiskunde hebben een eigen regel bovenop de rest: in die drie vakken samen mag je hoogstens één 5 als eindcijfer halen, en de andere twee moeten dan 6 of hoger zijn.
Twee gevolgen die leerlingen soms missen. Een 4 in een kernvak betekent altijd gezakt, ook als je elders ruim compenseert. En twee vijven zijn elders op de lijst toegestaan (met een gemiddelde van 6,0), maar niet als ze allebei in de kernvakken vallen.
Mag je een 4 hebben op je eindlijst?
Ja, maar onder voorwaarden. Eén 4 mag, als al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn en het gemiddelde van al je eindcijfers minstens 6,0 is. Een 4 en een 5 samen mag ook, met dezelfde voorwaarde. Twee keer een 4 mag niet, een 4 in een kernvak ook niet, en een 3 of lager nooit.
Die 6,0 is weer een gemiddelde over al je eindcijfers. Een 4 staat twee punten onder de zes, dus je andere cijfers moeten samen minstens twee punten boven de zes staan: één 8, of twee zevens. Eén 7 is niet genoeg. Voor twee vijven geldt dezelfde rekensom.
Kun je zakken op een extra vak?
Nee. De Rijksoverheid is daar duidelijk over: je kunt niet zakken op een onvoldoende voor het examen in een extra vak. Doe je een vak bovenop je profiel, dan kan dat je uitslag niet omlaag halen. Je school vertelt je welk vak op je lijst als extra vak telt.
Hoe reken je zelf uit of je geslaagd bent?
Werk de voorwaarden in deze volgorde af, omdat de eerste de meest onverwachte is:
- Tel je centraal-examencijfers op en deel door het aantal vakken met een centraal examen. Is dat onafgerond minstens 5,5?
- Bereken per vak je eindcijfer met de afrondingsregel hierboven.
- Check de kernvakken: hoogstens één 5, geen 4.
- Zoek je laagste eindcijfer: niet onder de 4.
- Tel je onvoldoendes en check de tabel. Heb je een 4 of twee onvoldoendes, reken dan het gemiddelde van al je eindcijfers uit.
- Lichamelijke opvoeding en je combinatiecijfer.
Staat er ergens een nee, dan weet je meteen welk cijfer het probleem is. Dat is ook het cijfer waar je herkansing naartoe moet.
Hoeveel vakken mag je herkansen?
Je mag het centraal examen voor één vak herkansen (artikel 3.38 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020), en het hoogste van je twee cijfers telt (artikel 3.39). Een herkansing kan je uitslag dus niet slechter maken. In 2027 valt het tweede tijdvak van 22 tot en met 29 juni, met de uitslag op 6 juli (zie het officiële rooster).
Wat doe je als je net onder de 5,5 zit?
Welk vak je herkanst, hangt af van welke voorwaarde je mist.
Zit je onder de 5,5 gemiddeld, dan telt elk extra punt op elk centraal examen even zwaar. Met zeven vakken tilt een punt meer op één examen je gemiddelde met ongeveer 0,14. In het voorbeeld hierboven ontbrak 0,014: een herkansing die 0,1 hoger uitkomt, is al genoeg. Kies dan het vak waar je realistisch het meeste kan winnen, meestal het vak met je laagste CE-cijfer.
Mis je een combinatieregel, kijk dan naar het eindcijfer dat het dichtst bij de volgende grens ligt. Een 5,45 die een 5,5 wordt, maakt van een 5 een 6, en dat kan een hele rij voorwaarden tegelijk oplossen.
Eén kanttekening van mezelf. Een herkansing is een goed vangnet, en het is terecht dat ze bestaat. Toch denk ik dat veel leerlingen haar te snel als deel van het plan zien, en dat maakt het eerste tijdvak lichter dan het is. Toen ik in 2020 zelf bijles wiskunde nodig had, was het niet de laatste week voor een toets die het verschil maakte, maar de maanden ervoor, waarin mijn tutor uitzocht waar mijn misvattingen zaten. Het eerste tijdvak is het examen. Het tweede is een reparatie.
In beide gevallen zijn oude examens de beste voorbereiding: ze staan gratis op examenblad.nl, en hoe je ze gebruikt, staat in oude examens gebruiken. Het herkansingsvenster is kort, dus een herkansing goed aanpakken begint best vóór de uitslag binnen is.
Loopt één vak structureel achter, bijvoorbeeld wiskunde of een exact vak, dan is een paar gerichte lessen met iemand die het Nederlandse centraal examen kent vaak sneller dan alleen oefenen. Op iTutorOnline kies je zelf een docent op vak, niveau en prijs, en je betaalt per les.