De dag waarop de uitslag van een toelatingsexamen binnenkomt en het niet gelukt is, is een van de zwaardere dagen in een jonge carrière. Er zat een jaar voorbereiding in, en er is één cijfer.
Wat ik hierover zou zeggen, en dan vooral tegen ouders: de eerste week is niet het moment om over opties te praten.
Geef de eerste week
Een beslissing over het komende jaar, genomen in de dagen na de uitslag, is een beslissing genomen op een dieptepunt.
Wat er in die dagen gebeurt, is dat een jongere zijn hele zelfbeeld herziet op basis van één resultaat. Dat is niet redelijk en het is wel wat er gebeurt, en het gaat over.
Wat helpt in die week: aanwezig zijn, niet oplossen. Vragen hoe het voelt en niet wat hij nu gaat doen. En vooral: niet meteen alternatieven aandragen, hoe goedbedoeld ook. Dat leest op dat moment als "je gaat het toch niet halen".
Na een week of tien dagen is het gesprek over opties wél te voeren, en dan is het een ander gesprek: rustiger, en met iemand die weer kan nadenken.
Begin bij de analyse, niet bij de leerstof
Als er een tweede poging komt, is dit de belangrijkste stap en hij wordt bijna altijd overgeslagen.
De reflex is om opnieuw te beginnen met studeren, breed, vanaf het begin. Dat is de duurste manier om uit te zoeken waar het misliep, want je besteedt evenveel tijd aan wat wel zat als aan wat niet zat.
Vraag in plaats daarvan je resultaat per onderdeel op als dat mogelijk is, en bepaal waar het weglekte. Grofweg zijn er drie mogelijkheden en ze vragen tegengestelde voorbereidingen.
Kennis. Er waren onderdelen die je gewoon niet beheerste. Dat is het meest oplosbaar en het vraagt gericht studeren op die onderdelen.
Tempo. Je kende het en kwam niet rond. Dan is meer studeren zinloos en is oefenen op tijd het antwoord. Dit is verrassend vaak de echte oorzaak en het wordt zelden herkend, omdat het van binnenuit voelt als niet genoeg kennen.
Het niet-vakinhoudelijke deel. Bij toelatingsexamens hoort meestal een deel dat niet over wetenschappen gaat maar over redeneren, informatie verwerken of communicatie. Dat wordt structureel onderbereid omdat het niet lijkt op studeren, en het weegt wel mee.
Zonder die analyse is een tweede jaar voorbereiding grotendeels een herhaling van het eerste.
Wat er in een tweede jaar anders moet
Drie dingen die het verschil maken tussen herhalen en verbeteren.
Oefen op tijd, vanaf het begin. Niet pas in de laatste maanden. Een examen dat tempo test, test een vaardigheid, en vaardigheden train je door ze onder dezelfde omstandigheden te doen.
Werk met echte examenvragen, zoveel als je er kan krijgen. Het formaat van de vragen is voorspelbaarder dan de inhoud, en wie het formaat kent, verliest er geen tijd meer aan.
Vul de tijd zinvol. Een jaar volledig aan voorbereiding besteden is voor de meeste mensen niet houdbaar en ook niet nodig. Wie er iets naast doet, een studie, werk, of vrijwilligerswerk in de zorg, houdt het beter vol en staat er bij een tweede tegenslag ook minder alleen voor.
Dat laatste is de moeite om vooraf te bespreken, want een jaar waarin alles op één datum staat, is zwaar.
De andere wegen
Dit deel hoort in het gesprek thuis, en pas nadat de eerste week voorbij is.
Er zijn meer wegen naar de zorg en naar de wetenschappen dan de meeste gezinnen op dat moment overzien: verpleegkunde, biomedische wetenschappen, farmaceutische wetenschappen, revalidatiewetenschappen, en de bacheloropleidingen gezondheidszorg aan de hogescholen. Een deel daarvan biedt ook doorstroommogelijkheden naar verwante masters.
Welke precies, en onder welke voorwaarden, verschilt per instelling en verandert. Vraag dat na bij de opleidingen zelf en bij hun studietrajectbegeleiders, niet bij een artikel of bij iemand die het van horen zeggen heeft.
Wat ik daarbij zou zeggen: bekijk die opties als volwaardige keuzes en niet als troostprijs. Een deel van de studenten die deze weg opgaat, ontdekt dat de opleiding hen beter past dan wat ze oorspronkelijk wilden, en dat is geen verhaal dat mensen vertellen omdat het moet.
Het gesprek dat je best wel voert
Er is één vraag die de moeite is om te stellen, en het is geen aangename.
Waarom wilde je dit? Als het antwoord gaat over mensen helpen, over hoe het lichaam werkt, of over een ervaring die hij had, dan zijn er meerdere wegen die daaraan beantwoorden en is het gesprek breder dan één opleiding.
Als het antwoord gaat over status, of over wat er thuis verwacht wordt, dan is dit misschien het moment om daarover te praten. Dat is oncomfortabel en het bespaart soms twee jaar.
Stel die vraag zonder er iets aan vast te knopen. Je zoekt informatie, geen beslissing.
Als er dit jaar toch gestudeerd moet worden
Bij veel gezinnen valt de uitslag op een moment waarop er nog een keuze gemaakt moet worden voor het komende academiejaar, en dan komt de vraag of je iets inschrijft of een jaar volledig vrijhoudt.
Er is geen algemeen goed antwoord, en er zijn wel twee overwegingen die weinig aan bod komen.
Een jaar volledig aan één examen ophangen is zwaar. Twaalf maanden waarin alles op één dag staat, zonder structuur en zonder tussentijdse successen, houden weinig mensen goed vol. Wie er iets naast doet, heeft een ritme en een plek waar hij ook iets bereikt.
Een verwante opleiding is zelden verloren tijd. Wetenschapsvakken uit een eerste bachelor overlappen vaak met wat er op het examen gevraagd wordt, en je bouwt intussen studiepunten op die soms meetellen als je later overstapt. Wat er in jouw geval precies overdraagbaar is, moet je navragen bij de instelling, want dat verschilt en het verandert.
Wat ik zou afraden, is inschrijven voor iets waar geen enkele interesse in zit, alleen om het jaar te vullen. Dat levert een tweede tegenvaller op naast de eerste.
Praat hierover met een studietrajectbegeleider van de instelling die je overweegt. Zij doen dit gesprek elk jaar en kennen de doorstroommogelijkheden beter dan wie ook in je omgeving.
Voor ouders
Twee dingen die het meest uitmaken en die weinig met studeren te maken hebben.
Laat merken dat je verwachting niet aan de uitslag hangt. Veel jongeren die dit meemaken, zijn banger voor de teleurstelling van hun ouders dan voor het resultaat zelf. Zeg expliciet dat dat niet zo is, ook als je denkt dat het vanzelf spreekt.
Wees voorzichtig met het woord "gewoon". "Je probeert het gewoon opnieuw" klinkt bemoedigend en het maakt van een zwaar jaar iets vanzelfsprekends. Een tweede poging is een echte beslissing met een echte prijs, en ze verdient een echt gesprek.
En als het wel een tweede poging wordt: help met de analyse, niet met de planning. De planning kan hij zelf; de vraag waar het misliep is moeilijk om bij jezelf te beantwoorden.
Tot slot
Wat ik zelf denk over dit soort selectie: één examen op één dag is een grove meetlat voor iets dat over jaren gaat. Dat is een kritiek op het instrument, en het is niet iets waar een achttienjarige nu iets aan heeft.
Wat hij er wel aan heeft: dat het een meting is van hoe die dag verliep, en niet van wat hij kan worden.
Voor de voorbereiding zelf zijn twee dingen het nuttigst: oefenen in de vorm waarin je getest wordt, wat uitgewerkt staat in oude examens gebruiken, en de wetenschapsvakken gericht bijwerken. Voor wiskunde is dat afgeleiden en integralen, voor chemie de mol uitgelegd en voor fysica tweede zit fysica, dat ook zonder herexamen bruikbaar is. Speelt vooral de spanning rond de dag zelf, dan is examenvrees overwinnen nuttiger dan meer leerstof.
Voor de bredere aanpak van een toelatingsproef, los van welke opleiding het is, staat het plan in een toelatingsexamen voorbereiden.