Terug naar de blog
motivatieschoolsecundair onderwijsoudersstudiemethodeVlaanderen

Geen motivatie meer voor school: wat er meestal echt speelt

Louis Vanhove7 min lezen

Als iemand zegt dat hij geen motivatie meer heeft voor school, is de standaardreactie meestal een variant van meer inzet tonen. Doorbijten, een planning maken, denken aan later.

Dat werkt zelden, en het is de moeite om te begrijpen waarom.

Motivatie is meestal een gevolg, geen oorzaak

Het gangbare beeld is dat je eerst gemotiveerd raakt en dan begint. In de praktijk werkt het meestal andersom: je begint, het valt mee, je merkt dat je vooruitgaat, en dan komt de zin.

Dat betekent dat wachten tot je gemotiveerd bent, meestal lang wachten is. En het betekent ook dat het ontbreken van motivatie zelden het echte probleem is. Het is een symptoom van iets anders.

De vraag is dus niet hoe je gemotiveerd raakt. De vraag is wat het gevoel van vooruitgang blokkeert.

Wat er meestal onder zit

Vier dingen, en ze vragen alle vier iets anders.

Het lukt niet meer. Dit is de meest voorkomende en de minst zichtbare. Een leerling die ergens in het derde jaar de draad kwijtraakte bij wiskunde, krijgt sindsdien bij elk hoofdstuk bevestigd dat het niet gaat. Op een gegeven moment stopt zijn hoofd met investeren in iets dat toch niets oplevert. Dat is geen luiheid, dat is een redelijke inschatting van rendement.

De richting past niet. Iemand die in een studierichting zit die niet bij hem past, verliest zijn motivatie voor bijna alles, ook voor de vakken die op zich wel lukken. Dat wordt vaak pas herkend als het al een jaar duurt.

Er is iets sociaals. Een klas waar hij niet in past, een vriendengroep die uit elkaar viel, of iets ergers. School wordt dan een plek waar je liever niet bent, en schoolwerk deelt in die afkeer.

Er speelt iets buiten school. Thuis, gezondheid, of iets dat hij niet vertelt. Schoolwerk is dan het eerste dat wegvalt, want het is het minst dringende.

Voor je iets aan motivatie doet, is het de moeite om te weten welke van deze vier het is. Ze hebben tegengestelde remedies: bij de eerste helpt gerichte hulp, bij de tweede helpt een gesprek over keuze, en bij de laatste twee helpt geen van beide.

De vraag die het onderscheid maakt

Er is één vraag die verrassend goed werkt, en het is niet "waarom doe je niets".

Het is: wat is het precies dat niet lukt bij dat vak?

Als er een concreet antwoord komt, dus iets als "sinds die hoofdstukken over functies snap ik er niets meer van", dan weet je dat je in categorie één zit. Dat is oplosbaar en het is meestal kleiner dan het lijkt.

Als het antwoord vaag blijft, of als het over alles tegelijk gaat, dan zit het ergens anders en is meer studeren niet het antwoord.

Die vraag stel je overigens beter niet vlak na een rapport. Dan is elk gesprek een gevolg van slechte punten en klinkt elke vraag als een verwijt. Doe het op een neutraal moment.

Wat wel werkt bij het eerste geval

Als het probleem is dat het niet meer lukt, dan is het herstel bijna altijd hetzelfde patroon: één concreet gat vinden en dichten, en dan één ervaring van vooruitgang opdoen.

Dat laatste is het echte werk. Iemand die drie jaar bevestigd heeft gekregen dat hij slecht is in wiskunde, verandert dat beeld niet door één goed gesprek. Hij verandert het door één toets waar het wel lukte.

Praktisch betekent dat: kies iets kleins en haalbaars. Niet "wiskunde inhalen" maar "die ene soort oefening onder de knie krijgen". Een concreet succes op een klein terrein doet meer voor motivatie dan een plan voor het hele vak.

En laat het aantoonbaar zijn. Een leerling die zijn eigen vooruitgang niet ziet, gelooft er ook niet in. Oude toetsen naast nieuwe, of gewoon dezelfde oefening opnieuw twee weken later.

Wat je beter niet doet

De toekomst als drukmiddel. Zonder diploma kom je nergens. Dat is misschien deels waar, het is ver weg, en het werkt bij bijna niemand. Wat het wel doet, is het gevoel versterken dat er veel op het spel staat, en dat maakt beginnen moeilijker in plaats van makkelijker.

Vergelijken. Met een broer, met een klasgenoot, met jezelf op die leeftijd. Het levert schaamte op en schaamte motiveert niet, ze doet terugtrekken.

Alles tegelijk aanpakken. Een plan waarin alle vakken van maandag opnieuw goed gaan, houdt drie dagen stand. Eén vak, één gewoonte.

Belonen per punt. Geld voor een goed rapport werkt op korte termijn en ondermijnt op langere termijn, omdat het de leerstof tot een middel maakt. Als je iets wil belonen, beloon dan het werk en niet het resultaat.

Voor ouders

Het lastigste aan deze situatie is dat je iets ziet gebeuren dat je niet kan repareren door harder te duwen, en dat het instinct om te duwen sterk is.

Wat meestal meer oplevert: word concreet in plaats van algemeen. Niet "je moet meer je best doen" maar "zullen we samen uitzoeken waar het bij wiskunde precies fout ging". Het eerste is een oordeel, het tweede is een aanbod.

En hou in de gaten of het bij school blijft. Motivatieverlies dat overslaat naar dingen die hij vroeger wél graag deed, is een ander signaal en verdient een ander gesprek.

Als het echt de richting is

Dit verdient een eigen stuk, want het wordt vaak te lang uitgesteld.

Een leerling die in een richting zit die niet past, verliest zijn motivatie voor bijna alles, ook voor de vakken die op zich wel lukken. Dat maakt het moeilijk te herkennen: van buitenaf lijkt het op algemene onwil.

Een paar signalen die eerder op richting wijzen dan op iets anders. Hij spreekt nooit met enige interesse over wat er in de les gebeurt, ook niet over de vakken waar hij goed in is. Hij is wel gedreven bezig met iets buiten school. En als je vraagt wat hij zou kiezen als hij opnieuw mocht kiezen, komt er meteen een antwoord.

Wat je daarmee doet, hangt af van waar hij zit in zijn traject en van wat er praktisch mogelijk is. Dat is een gesprek voor de school, de klassenraad en het CLB samen, want zij kennen zowel je kind als de mogelijkheden. Wat ik er wel over zou zeggen: een jaar doorbijten in een richting die niet past, kost meestal meer dan een jaar dat je bewust anders inricht.

En het omgekeerde is ook waar. Soms is het niet de richting maar één vak dat de rest vergiftigt, en dan is heroriënteren een dure oplossing voor een klein probleem. Dat onderscheid maken is precies waarom de vraag "wat lukt er precies niet" zo veel oplevert.

Wanneer het meer is dan motivatie

Er is een grens waarboven dit artikel niet meer volstaat.

Als het langer dan een paar weken aanhoudt, als er slaapproblemen bij komen, als je kind zich terugtrekt uit contacten, of als er uitspraken vallen over dat het allemaal geen zin heeft, dan hoort dat gesprek bij het CLB of bij de huisarts.

Dat is geen zware stap en het is precies waarvoor die diensten er zijn. Een studieplanning is dan het verkeerde gereedschap, en er maandenlang mee blijven proberen kost tijd die beter elders gaat.

Tot slot

Ik heb zelf ongeveer honderd leerlingen begeleid, en het patroon dat ik het vaakst zie is dit: een leerling die overtuigd is dat hij een vak niet kan, terwijl er ergens één concreet ding zit dat nooit is gaan zitten en waar sindsdien alles op gebouwd is.

Zodra iemand dat aanwijst, verandert er meestal meer dan alleen het vak. Want de conclusie "ik kan dit niet" wordt dan "ik had dit hoofdstuk gemist", en dat is een heel ander verhaal om over jezelf te vertellen.

Loopt het bij één specifiek vak vast, dan staan de signalen op een rij in wanneer bijles overwegen. Gaat het vooral over beginnen en volhouden, dan is geconcentreerd studeren nuttiger. En is er weerstand tegen hulp, wat vaak samengaat met dit alles: je kind wil geen bijles.

Twee dingen die hier vaak onder liggen en die je apart moet aanpakken: pesten, waarvan de gevolgen op het rapport vroeg zichtbaar zijn, staat in pesten en schoolprestaties. En bij een kind dat alles intenser binnenkrijgt, is de vermoeidheid na een schooldag de echte oorzaak: zie hooggevoeligheid op school.

Veelgestelde vragen

Hoe vind ik mijn motivatie terug?

Meestal niet door te wachten tot je zin krijgt. Motivatie volgt vaker op actie dan andersom: je begint, het valt mee, en dan komt de zin. Wie wacht op het gevoel voor hij begint, wacht meestal lang. Maak de eerste stap zo klein dat je hem kan zetten zonder gemotiveerd te zijn.

Is gebrek aan motivatie hetzelfde als lui zijn?

Zelden. Onder aanhoudend motivatieverlies zit meestal iets anders: het lukt niet meer en dat is pijnlijk, de richting past niet, er is iets sociaals aan de hand, of er speelt iets buiten school. Luiheid is de verklaring die als eerste voorgesteld wordt en als laatste klopt.

Waarom lukt het bij één vak wel en bij de rest niet?

Omdat motivatie sterk samenhangt met het gevoel dat je vooruitgaat. In een vak waar je iets kan, krijg je regelmatig bevestiging. In een vak waar je vastloopt, krijg je alleen bevestiging dat het niet lukt, en dan stopt je hoofd met investeren. Dat is een redelijke reactie, geen karakterfout.

Wat kan ik als ouder doen?

Vooral uitzoeken wat er onder zit voor je bijstuurt. Meer druk werkt als het om planning gaat en werkt averechts als het om falen gaat. De vraag die het meest oplevert is niet waarom hij niets doet, maar wat er precies niet lukt bij dat vak.

Wanneer is het meer dan motivatie?

Als het langer dan een paar weken aanhoudt, als het samengaat met slecht slapen, somberheid of terugtrekken uit contacten, of als je kind zegt dat het geen zin meer heeft. Dan hoort het gesprek bij het CLB of de huisarts en niet bij een studieplanning.