Terug naar de blog
hogeschooluniversiteitstudiekeuzehoger onderwijsoudersVlaanderen

Hogeschool of universiteit: het verschil dat er echt toe doet

Louis Vanhove7 min lezen

De vraag hogeschool of universiteit wordt vaak beantwoord met een rangorde: universiteit als het kan, hogeschool als het niet kan.

Dat is niet alleen onaardig, het is ook een slechte manier om te kiezen. Ze verschillen namelijk niet in moeilijkheidsgraad maar in hoe ze georganiseerd zijn, en welke van de twee bij iemand past, hangt af van hoe hij werkt.

Het verschil dat het meest uitmaakt

Aan een universiteit ligt het gewicht in de examenperiode. Er zijn relatief weinig contacturen, veel vrijheid tijdens het semester, en dan komt alles samen in januari en juni. Niemand controleert of je meekomt tot je examen.

Op een hogeschool loopt er permanent iets. Meer contacturen, meer opdrachten, tussentijdse toetsen, vaak stage, en bij veel vakken een deel van de punten uit doorlopend werk.

Dat verschil bepaalt in de praktijk meer dan de inhoud.

Wie zichzelf goed kan sturen en graag zelfstandig werkt, komt aan een universiteit tot zijn recht. Wie structuur van buitenaf nodig heeft om in beweging te blijven, houdt een hogeschool vaak beter vol, precies omdat er elke week iets telt.

Dat is geen kwestie van kunnen. Het is een kwestie van hoe je functioneert, en dat is eerlijker om te bespreken dan of iemand het aankan.

De tweede vraag: waarom of hoe

Er is een onderscheid dat dwars door alle opleidingen heen loopt en dat je keuze goed voorspelt.

Wil je begrijpen waarom iets werkt, of wil je het kunnen doen?

Een universitaire opleiding besteedt veel tijd aan het waarom: theorie, onderzoeksmethoden, de achtergrond van een model, de kritiek erop. De toepassing komt later.

Een professionele bachelor begint bij de toepassing en haalt de theorie erbij waar ze nodig is. Er is stage, er zijn praktijkvakken, en het beroep is vanaf jaar één zichtbaar.

Wie het waarom saai vindt, verveelt zich aan een universiteit, ook als hij het aankan. Wie alleen het hoe krijgt terwijl hij het waarom wil weten, mist er iets.

Dat is een vraag die je aan een zeventienjarige kan stellen en waar meestal een eerlijk antwoord op komt, wat bij "wat wil je later worden" zelden lukt.

Wat het praktisch betekent voor je week

Om het concreet te maken, want beide worden vaak abstract beschreven.

Aan een universiteit heb je meer lege tijd in je week, en die is een test. Wie ze gebruikt om te verwerken, ligt goed. Wie erop rekent dat de blok het oplost, komt in januari leerstof tegen die hij nog nooit begrepen heeft.

Op een hogeschool is je week voller en is er minder lege tijd om te verwerken. Het risico ligt dan niet bij uitstel maar bij versnippering: veel kleine deadlines die elk apart klein zijn en samen je hele week vullen.

De vaardigheid die je nodig hebt, verschilt dus: aan een universiteit is dat zelfsturing, op een hogeschool is dat overzicht bewaren.

Hoe elk van beide er in het eerste jaar uitziet, staat uitgewerkt in je eerste jaar aan de unief en in eerste jaar hogeschool.

Over prestige, eerlijk

Er bestaat in Vlaanderen een impliciete rangorde, iedereen kent haar, en niemand zegt haar hardop in een oriënteringsgesprek.

Wat ik erover zou zeggen: als die rangorde meespeelt in jouw voorkeur als ouder, zeg dat dan. Dan kan erover gepraat worden. Onuitgesproken weegt ze zwaarder, want je kind voelt het en gaat er ofwel in mee ofwel tegenin.

En op de arbeidsmarkt is het beeld genuanceerder dan de rangorde suggereert. In de zorg, het onderwijs, IT, techniek en een reeks andere sectoren zijn professionele bachelors bijzonder gevraagd, soms meer dan academische profielen. Wat telt is meestal het vakgebied en wat je ermee doet, niet het type instelling.

Kiezen op vermeend prestige levert vaker een verkeerde match op dan een voorsprong, en een verkeerde match kost een jaar.

Wat de punten van het secundair wel en niet zeggen

Bij dit gesprek wordt vaak naar het gemiddelde gekeken, en dat is de minst informatieve manier om ernaar te kijken.

Wat wel iets zegt, is het patroon eronder.

Vastlopen op abstracte theorie en opbloeien bij toepassing wijst richting een professionele bachelor, ongeacht het gemiddelde. Dat is geen tekort maar een voorkeur, en er zijn opleidingen die er precies op gebouwd zijn.

Alles kunnen en weinig doen zegt iets anders. Dat is meestal een werkhoudingsprobleem, en dat verhuist mee naar elk niveau. Aan een universiteit, waar niemand controleert, wordt het zwaarder in plaats van lichter.

Goede punten voor wiskunde en wetenschappen houden deuren open die later moeilijk te heropenen zijn, zeker in de technische en exacte richtingen. Dat is een van de weinige plekken waar een cijfer echt iets voorspelt over wat haalbaar is.

Een breed matig rapport zonder duidelijke sterktes is het lastigst om uit af te lezen. Dan is meelopen en praten met mensen die er zitten waardevoller dan welke analyse van cijfers ook.

Wat je vooral niet doet, is een niveau kiezen op basis van of het gemiddelde "hoog genoeg" is. Dat is een drempeldenken dat weinig voorspelt over hoe het jaar loopt.

Overstappen kan, in beide richtingen

Dit is nuttig om te weten voor de keuze gemaakt wordt, want het haalt er druk af.

Er bestaan schakelprogramma's en verkorte trajecten die van een professionele bachelor naar een master leiden, en er zijn studenten die na een jaar universiteit overstappen naar een hogeschool en daar tot hun recht komen.

Wat er in een concreet geval mogelijk is, welke studiepunten meetellen en hoe lang een schakeltraject duurt, verschilt per opleiding en per instelling en verandert. Vraag dat na bij een studietrajectbegeleider van de instelling die je overweegt, en niet bij iemand die het van horen zeggen heeft.

Wat je er nu al mee kan: zeg tegen je kind dat deze keuze niet onherroepelijk is. Een jongere die denkt dat hij zich voor zes jaar vastlegt, verzwijgt het langer wanneer het knelt.

Wat je doet voor je beslist

Drie dingen, en de eerste twee kosten een dag.

Ga naar de infodagen van allebei. Niet alleen van de opleiding die je overweegt, maar ook van de tegenhanger op het andere niveau. Het verschil zie je pas als je ze naast elkaar legt.

Praat met iemand die er zit. Een student in het tweede jaar vertelt je in tien minuten meer over hoe een week eruitziet dan elke brochure.

Kijk naar het programma van het eerste jaar, vak per vak. Niet de opleidingsbeschrijving maar de vakkenlijst. Daar zie je hoeveel theorie er in het begin zit en hoe snel er praktijk komt, en dat is precies het verschil waar het om draait.

Tot slot

De vraag is niet welk niveau hoger is. Ze is welk soort week je aankan en welk soort leren je interesseert.

Wie dat eerlijk beantwoordt, kiest meestal goed. Wie kiest op wat er verwacht wordt, kiest vaak één keer verkeerd en corrigeert een jaar later, en dat is niet erg maar het kost wel een jaar.

Twijfel je nog breder over de richting zelf, dan staan de vragen die daarbij helpen in een studierichting kiezen. En loopt er in het laatste jaar secundair nog één vak structureel mis dat in beide scenario's meegaat, dan is dat bijwerken het nuttigste wat je in de tussentijd doet: de signalen staan in wanneer bijles overwegen.

Veelgestelde vragen

Is een universiteit moeilijker dan een hogeschool?

Anders, en niet automatisch moeilijker. Aan een universiteit ligt het gewicht in de examenperiode en is er veel vrijheid tijdens het semester; op een hogeschool zijn er meer contacturen en telt er permanent iets mee. Wie moeite heeft met zichzelf sturen, vindt het tweede vaak makkelijker vol te houden.

Welke vraag over jezelf bepaalt de keuze het best?

Of je liever begrijpt waarom iets werkt of liever iets kan uitvoeren. Dat onderscheid loopt dwars door alle opleidingen heen en het voorspelt beter hoe een jaar loopt dan aanleg of punten. Wie het waarom saai vindt, verveelt zich aan een universiteit; wie alleen het hoe krijgt, mist er iets.

Kan je later nog overstappen?

Vaak wel, in beide richtingen, en er bestaan schakel- en verkorte trajecten. Wat er precies mogelijk is en welke studiepunten meetellen, verschilt per opleiding en per instelling, dus vraag dat na bij een studietrajectbegeleider voor je iets aanneemt.

Telt een universitair diploma zwaarder op de arbeidsmarkt?

Dat hangt sterk af van het vakgebied, en in veel sectoren veel minder dan mensen denken. In de zorg, het onderwijs, IT en techniek zijn professionele bachelors bijzonder gevraagd. Kiezen op vermeend prestige levert vaker een verkeerde match op dan een voorsprong.

Wat als de punten in het secundair matig zijn?

Kijk dan naar waar ze matig waren en waarom, niet naar het gemiddelde. Iemand die vastliep op abstracte theorie en opbloeit bij toepassing, past ergens anders dan iemand die alles kon en niets deed. Dat onderscheid zegt meer dan een cijfer.