Terug naar de blog
dyslexiesecundair onderwijsoudersleerstoornishulpmiddelenVlaanderen

Dyslexie in het secundair: wat er verandert en wat er helpt

Louis Vanhove7 min lezen

Veel ouders vertellen mij hetzelfde: in het lager onderwijs viel het eigenlijk mee, en sinds het secundair loopt het overal vast.

Dat is geen toeval en het is ook geen achteruitgang. Er is iets veranderd in wat er van lezen gevraagd wordt.

Lezen is geen vak meer, het is gereedschap

In het lager onderwijs leer je lezen. Er is tijd voor, er wordt op geoefend, en het is zichtbaar wat er getraind wordt.

In het secundair lees je om te leren. Een hoofdstuk geschiedenis, een opgave wiskunde, een tekst voor Frans, een practicumvoorschrift. Lezen is niet meer het doel maar het middel, en er wordt van uitgegaan dat het middel werkt.

Voor een leerling met dyslexie betekent dat een verborgen kost bij élk vak. Als lezen tweemaal zoveel tijd en aandacht kost, dan gaat die tijd en aandacht af van het begrijpen. En dat is precies waarom een leerling met dyslexie kan vastlopen op wiskunde, wat op het eerste gezicht niets met lezen te maken heeft: het vraagstuk moet eerst gelezen worden.

Waar het bij elk vak concreet knelt

Het loont om dit per vak te bekijken, want de remedies verschillen.

Talen. Het meest voor de hand liggend, en Frans is meestal het zwaarst. Een nieuwe taal met een spelling die niet klinkt zoals ze geschreven wordt, is precies de moeilijkste combinatie. Woordenschat instuderen kost meer herhalingen, en dat is geen kwestie van minder inzet.

Wiskunde. Het rekenen is meestal het probleem niet. Vraagstukken wel, want daar moet je een tekst omzetten in een berekening. Ook lange opgaven met meerdere stappen zijn zwaar, omdat je halverwege moet teruglezen wat er gevraagd werd.

Zaakvakken. Geschiedenis, aardrijkskunde, biologie. Hier is het puur volume. De leerstof is tekst, veel tekst, en die tekst moet twee of drie keer door.

Vakken met veel vaktermen. Nieuwe woorden die je niet kan afleiden uit wat je al kent, kosten extra. Denk aan de terminologie in biologie of in economie.

Wat je hieruit meeneemt: de vraag is nooit of je kind zijn best doet. Ze is waar de tijd naartoe gaat, en of er iets is dat die tijd kan terugkopen.

Voorleessoftware is de grootste hefboom

Als er één hulpmiddel is dat voor de meeste leerlingen het meest oplevert, is het dit.

De reden is simpel: het koppelt leestijd los van begrip. Een leerling die luistert naar een hoofdstuk in plaats van het te ontcijferen, heeft zijn volledige aandacht beschikbaar voor de inhoud. En bij een leerling met dyslexie is het begrip meestal helemaal in orde zodra de tekst binnen is.

Wat daarbij hoort om het te laten werken: de cursus moet digitaal beschikbaar zijn. Dat is iets om vroeg met de school af te spreken, want een ingescande papieren cursus zonder tekstherkenning is voor software onleesbaar.

En laat je kind ermee oefenen voor het spannend wordt. Een hulpmiddel dat je voor het eerst gebruikt tijdens een examen, is geen hulpmiddel maar een extra complicatie.

De andere maatregelen die het verschil maken

Meer tijd bij toetsen is de bekendste, en ze is nuttig, maar ze lost alleen het tempoprobleem op en niet het inspanningsprobleem.

Wat daarnaast vaak zwaarder weegt:

Niet beoordeeld worden op spelling waar spelling niet het leerdoel is. Punten verliezen op spelling bij een geschiedenistoets meet niet je kennis van geschiedenis.

Mondeling in plaats van schriftelijk waar dat kan. Voor sommige leerlingen verandert dit alles, omdat het de moeilijkheid volledig omzeilt.

Digitale cursussen in plaats van papier, zodat lettertype en grootte aanpasbaar zijn en voorleessoftware werkt.

Vooraf weten wat er komt. Een leerling die de vaktermen van het volgende hoofdstuk al kent, leest dat hoofdstuk merkbaar vlotter.

Welke maatregelen er precies bestaan, wat je er formeel voor nodig hebt en wat de school moet doen, staat uitgewerkt in STICORDI, REDICODIS en redelijke aanpassingen.

Studeren met dyslexie vraagt een andere methode

De standaardmethode, een hoofdstuk twee keer lezen en samenvatten, is voor een leerling met dyslexie ongeveer de duurste manier om te studeren die er is.

Wat beter werkt:

Luisteren in plaats van lezen voor de eerste doorloop, met voorleessoftware of een opname.

Schema's en pijlen in plaats van lopende tekst. De verbanden onthouden gaat prima; het is de tekst die duur is.

Hardop navertellen. Uitleggen wat je begrepen hebt, gebruikt geen enkele van de vaardigheden waar de moeilijkheid zit, en het is meteen een van de beste geheugentechnieken die bestaan.

Vaktermen vooraf. Doe de woordenlijst van een hoofdstuk voor je aan het hoofdstuk begint, niet erna.

Wat je beter niet doet: meer van hetzelfde. Nog een keer lezen is bij dyslexie zelden de oplossing, en het is wel wat er meestal geadviseerd wordt.

Waar bijles wel en niet in past

Ik wil hier eerlijk in zijn, want er wordt in deze hoek soms te veel beloofd.

Bijles is geen behandeling voor dyslexie. Dat is logopedie, en dat hoort bij een logopedist. Bijles regelt ook je maatregelen niet; dat gaat via de school en het CLB.

Waar bijles wel echt iets doet, zijn twee dingen.

Het eerste is de achterstand die zich opstapelde in de jaren voor de diagnose er was, of in de jaren waarin er nog geen goede maatregelen liepen. Die achterstand is gewone leerstof en die haal je op de gewone manier in.

Het tweede is leren werken met de hulpmiddelen. Voorleessoftware efficiënt gebruiken, leren hoe je een vraagstuk aanpakt zonder halverwege terug te moeten, een studiemethode opbouwen die niet op herlezen leunt. Dat is aanleerbaar en het wordt zelden ergens aangeleerd.

Vraag bij het zoeken naar iemand expliciet naar ervaring in plaats van naar een label. Wat je wil weten is of iemand al met leerlingen gewerkt heeft die zo werken, niet of hij ergens een cursus over volgde.

En daarna: het hoger onderwijs

Dit wordt zelden op tijd besproken, en het overvalt studenten in september.

De maatregelen die je in het secundair had, gaan niet automatisch mee. In het hoger onderwijs moet je ze zelf aanvragen, meestal via een dienst voor studenten met een functiebeperking of via je studietrajectbegeleider, en meestal met een verslag erbij. Dat vraagt een dossier en het vraagt tijd, dus regel het in de zomer of in de eerste weken en niet in december.

De aard van het werk verandert ook. Er is meer leesvolume, cursussen zijn dikker, en er is minder structuur van buitenaf. Tegelijk is er meer mogelijk: cursussen zijn vaker digitaal beschikbaar, opnames van hoorcolleges bestaan bij veel opleidingen, en niemand kijkt vreemd op van iemand met een koptelefoon in de bibliotheek.

Wat het meest helpt in dat eerste jaar: zorg dat je software en je manier van werken al staan voor de leerstof op gang komt. Wie in september nog moet uitzoeken hoe hij een cursus omzet naar iets voorleesbaars, verliest precies de weken waarin de basis gelegd wordt.

Meer over hoe dat eerste jaar werkt, staat in je eerste jaar aan de unief.

Wat ik ouders zou meegeven

Twee dingen.

Het eerste: de inspanning van je kind en het resultaat van je kind zijn bij dyslexie losgekoppeld, en dat is voor beide kanten frustrerend. Een leerling die dubbel zo hard werkt voor hetzelfde cijfer, hoort thuis graag dat dat gezien wordt. Dat klinkt zacht en het is praktisch relevant, want de meeste leerlingen die opgeven, geven op omdat inspanning niets leek op te leveren.

Het tweede: wacht niet op een perfect papier voor je iets vraagt. Een onderzoek loopt soms maanden, en in die maanden gaat de leerstof door. Je kan intussen al veel: digitale cursussen vragen, voorleessoftware installeren, en met de school afspreken wat er nu al kan.

Voor de formele kant staat alles in STICORDI, REDICODIS en redelijke aanpassingen. Loopt het vooral bij wiskunde vast, dan is dyscalculie of gewoon achterstand het nuttigst om ernaast te leggen, want de twee worden vaak verward. En voor de studiemethode zelf staat er meer in onthouden wat je studeert.

Veelgestelde vragen

Waarom wordt dyslexie in het secundair plots zwaarder?

Omdat lezen ophoudt een vak te zijn en gereedschap wordt. In het lager onderwijs leer je lezen; in het secundair lees je om te leren. Wie trager of met meer inspanning leest, verliest daardoor bij elk vak tijd en aandacht, ook bij vakken die niets met taal te maken lijken te hebben.

Heeft mijn kind een attest nodig voor hulpmiddelen?

Een diagnose helpt om te onderbouwen wat je kind nodig heeft, maar ze is geen voorwaarde: een school kan en moet maatregelen nemen op basis van een vastgestelde onderwijsbehoefte. De concrete regels rond verslagen en redelijke aanpassingen staan in ons artikel over STICORDI en REDICODIS.

Welke hulpmiddelen werken echt?

Voorleessoftware is voor de meeste leerlingen het nuttigst, omdat het de leestijd loskoppelt van het begrip. Daarnaast: meer tijd bij toetsen, digitale cursussen in plaats van papier, en niet beoordeeld worden op spelling bij vakken waar spelling niet het leerdoel is. Wat werkt verschilt per kind, dus probeer en evalueer.

Helpt bijles bij dyslexie?

Bijles vervangt geen logopedie en regelt geen maatregelen. Waar ze wel helpt: de achterstand die zich opstapelde in de jaren voor de diagnose er was, en leren werken met de hulpmiddelen die je kind nu mag gebruiken. Vraag een bijlesgever expliciet naar ervaring in plaats van naar een label.

Kan mijn kind met dyslexie een talenrichting aan?

Soms wel en het is een eerlijke afweging waard, samen met de school en het CLB. Dyslexie zegt niets over intelligentie of over taalgevoel, maar wel iets over hoeveel energie lezen en schrijven kosten. In een richting met veel talen is dat een structureel zwaardere last, en dat mag meewegen zonder dat het een verbod is.